Operatie van een nekhernia (cervicale hernia)
De halswervelkom bestaat uit zeven halswervels. Tussen die wervels ligt telkens een tussenwervelschijf. Die bestaat uit een stevig omhulsel met in het midden een weke, elastische kern. De schijf doet dienst als een schokdemper en zorgt voor de beweging tussen twee wervels. Een hernia is een uitpuiling van de tussenwervelschijven. Deze uitstulping kan op een zenuw of op het ruggenmerg drukken. Hierdoor ontstaan pijnklachten of uitvalverschijnselen zoals verlammingen en gevoelsverlies. Met een MRI- of een CT-scan bevestigen we de diagnose van een nekhernia. In overleg met je neurochirurg kan je beslissen om de hernia weg te nemen. Dit gebeurt door een operatie. Deze ingreep wordt wel een ACDF genoemd (anterieure cervicale discectomie en fusie).
De ingreep
Via een kleine incisie in de huidplooi van de hals nemen we de zieke tussenwervelschijf en de hernia weg.
De tussenwervelschijf vervangen we door een kooitje, dat we vastzetten met behulp van een plaatje en schroefjes. Dit kooitje vullen we met een botvervangend middel. Dit botsubustituut wordt niet terugbetaald door het ziekenfonds en meestal ook niet door je hospitalisatieverzekering.
Tijdens de operatie wordt een buisje (redondrain) achtergelaten zodat het resterende wondvocht naar buiten kan wegvloeien. De dag(en) na de operatie zal een verpleegkundige dit buisje verwijderen.
Voor deze ingreep verblijf je maximaal drie dagen in het ziekenhuis.
Je verblijf in het ziekenhuis
Voor je opname
Voor je ingreep is het belangrijk dat je de chirurg op de hoogte brengt van bloedverdunnende medicatie die je gebruikt, zoals Marevan, Sintrom, Asaflow, Plavix, Xarelto, Pradaxa of Marcouma. Meld ook eventuele allergieën, zeker voor antibiotica of ontsmettingsmiddelen zoals joodhoudende producten (bijvoorbeeld Isobetadine). Is de chirurg hiervan nog niet op de hoogte? Verwittig dan zo snel mogelijk de raadpleging.
De dag van de ingreep
De verpleegkundige laat weten wanneer je naar de operatiezaal vertrekt. Je krijgt hulp bij het aantrekken van het operatiehemd en de anti-trombosekousen. Ook krijg je de medicatie die de anesthesist heeft voorgeschreven. Bril, contactlenzen, juwelen, piercings en andere losse voorwerpen laat je op de kamer. Nagellak en make-up verwijder je vooraf. Ga indien mogelijk nog even naar het toilet. We brengen je in bed naar het operatiekwartier.
De ingreep gebeurt onder algemene verdoving. We plaatsen een infuus in je arm en de anesthesist brengt je in slaap. Wanneer je onder narcose bent, wordt je ademhaling overgenomen door het anesthesietoestel. Je vitale functies worden continu geregistreerd. Als de ingreep voorbij is, brengen we je naar de ontwaakruimte. Pas als je goed wakker bent en de pijn onder controle is, mag je terug naar de kamer. De anesthesist beslist hierover.
Vraag hulp als je van houding wil veranderen. De verpleegkundige komt regelmatig langs om je infuus, redondrain, blaassonde, verband, pijn en bloeddruk te controleren.
De eerste dagen na de ingreep
Een verpleegkundige begeleidt je uit bed en je mag jezelf wassen. Je mag terug water drinken en eventueel een lichte maaltijd nemen. Om te eten mag je wat rechter in bed zitten.
Er gebeurt een controle RX (foto) van de nek om de stand van het materiaal te beoordelen.
De kinesitherapeut komt langs om je te begeleiden met het stappen in de kamer of in de gang.
Ontslag
Je krijgt ontslagpapieren mee en alle nodige informatie voor de verdere opvolging, zoals de datum voor het verwijderen van de hechtingen of haakjes, een controleafspraak, de aanvraag voor een radiologisch onderzoek, medicatievoorschriften en eventueel een voorschrift voor thuisverpleging. We controleren ook nog eens je verband.
In sommige omstandigheden vraagt het ontslag een uitgebreidere voorbereiding, bijvoorbeeld als er door je aandoening een vermindering van de neurologische functies is of als er thuis niet voldoende omkadering is. Samen met jou en je omgeving zoeken we dan naar een geschikte oplossing. De sociale dienst kan je op een deskundige en discrete wijze begeleiden bij eventuele hindernissen.
Na de ingreep
We geven enkele belangrijke raadgevingen voor thuis mee:
- Draag de anti-trombosekousen (kousen die bloedklonters helpen voorkomen) verder tot ongeveer vier weken na de operatie.
- Het wondverband moet dicht blijven. Je huisarts verwijdert hechtingen of haakjes tien tot twaalf dagen na de operatie.
- Als de hechtingen of haakjes verwijderd zijn, wacht je nog twee dagen om te douchen en een week om te baden.
- Neem zeven dagen lang een ontstekingsremmer zoals Diclofenac (Voltaren). Eventueel mag je dit aanvullen met een pijnstiller zoals Paracetamol (Dafalgan). Dit gebeurt op voorschrift van de arts. Ook het heropstarten van de thuismedicatie bespreek je met je arts.
- Doe geen nek- of rugbelastend werk. Probeer zoveel mogelijk te wandelen en te liggen. Doe dit binnen je eigen mogelijkheden. Bouw daarna de activiteiten geleidelijk aan terug op.
- Wacht zes weken na de operatie met autorijden, fietsen, zwemmen en andere sporten.
- Voorzichtig seksueel contact is toegelaten.
Mogelijke complicaties
Complicaties bij deze ingreep zijn zeldzaam, mede dankzij onze uitgebreide ervaring met deze ingreep en de voorzorgsmaatregelen die we nemen, zoals het achterlaten van een drain.
De meest voorkomende nevenwerking is een tijdelijke heesheid en slikangst die snel verdwijnt. Zeldzame complicaties zijn aanhoudende pijn, een ontsteking van de wonde en postoperatieve bloedingen.
Kostprijs
Het is mogelijk dat de chirurg tijdens de ingreep beslist om bepaalde materialen te gebruiken die niet terugbetaald worden door je ziekenfonds en vaak ook niet door een hospitalisatieverzekering.
Je kunt de kostprijs van deze ingreep opvragen via onze digitale berekeningstool.