Robotgeassisteerde radicale prostatectomie (RALP)

Een radicale prostatectomie is een behandeling voor prostaatkanker waarbij de prostaat met de zaadblaasjes helemaal wordt verwijderd. We voeren deze operatie meestal uit als kijkoperatie (laparoscopie) met behulp van een operatierobot.

In deze folder lees je meer informatie over deze ingreep, de voorbereiding, de mogelijke complicaties en de nazorg. De uroloog en de oncologieverpleegkundige geven je ook uitleg hierover. Deze folder is ter ondersteuning en aanvulling op deze mondelinge informatie.

Wat is een robotgeassisteerde kijkoperatie?

De voorbereiding

De operatie

Na de operatie

Herstel thuis

Opvolgafspraken

Risico's

Vragen na ontslag


Wat is een robotgeassisteerde kijkoperatie?

Bij een kijkoperatie (laparoscopie) is het niet nodig om een grote snee in de buik te maken. De uroloog opereert via enkele kleine sneetjes in de buikwand waarlangs hij de instrumenten (tangetjes, schaartjes, klemmetjes, enzovoort) in de buik inbrengt.

Het aantal sneetjes verschilt van het type robot dat we gebruiken om de ingreep te doen:

  • De Da Vinci 5-robot is een multi-port robot die via 4 kleine sneetjes of poorten wordt gekoppeld aan je lichaam. Bij deze operatie maken we nog 2 bijkomende sneetjes om materiaal aan te geven tijdens de ingreep.
  • De Da Vinci SP-robot noemen we een single-port robot omdat deze via 1 iets langer sneetje van 4 cm de prostaat kan verwijderen.

De chirurg maakt de keuze van de robot op basis van lichamelijke kenmerken zoals je gewicht en lengte, eerdere buikoperaties, liesbreukoperaties en de grootte van de prostaat. We bespreken op voorhand welk type robot we gebruiken. Er is altijd een kans dat we tijdens de operatie naar een andere robot overschakelen, bijvoorbeeld door technische uitdagingen tijdens de ingreep.

Waarom een kijkoperatie?

De camera die we gebruiken bij een kijkoperatie vergroot het beeld tot 40 keer, waardoor de chirurg tijdens de ingreep alle details beter ziet en nauwkeuriger kan werken. Dat zorgt voor minder bloedverlies en weefselschade. Tijdens de operatie zijn hierdoor ook minder verdovingsmiddelen nodig.

Het herstel verloopt meestal sneller. Daardoor duurt de ziekenhuisopname korter: meestal 1 tot 3 dagen na de operatie. De duur van je opname hangt deels ook af van het type robot dat werd gebruikt. Bij een ingreep met 1 sneetje is de opname doorgaans korter dan bij een ingreep met meerdere sneetjes.

Ook is het cosmetisch resultaat beter bij een kijkoperatie. In plaats van een grote operatiewond is er maar 1 of enkele kleine wondjes.

Waarom een operatie met een robot?

Met de operatierobot bedient de uroloog de operatie-instrumenten vanop afstand. Het beeld is driedimensionaal. Daardoor heeft de chirurg een beter zicht op het operatiegebied en kan hij de instrumenten beter bewegen, waardoor de operatie nog nauwkeuriger verloopt dan bij een gewone kijkoperatie zonder robot.


Voor de operatie

Infosessie met de prostaatverpleegkundige

In aanloop naar de operatie word je uitgenodigd bij onze prostaatverpleegkundige. Tijdens deze sessie geeft een oncologieverpleegkundige uitleg over het verloop van deze ingreep.

Praktische informatie

De ingreep gebeurt in AZ Sint-Jan. 


De operatie

Eerst wordt de holte rondom de prostaat opgeblazen met koolzuurgas (CO₂), een onschadelijk gas. Zo ontstaat er ruimte tussen de organen en kunnen we veilig opereren.

Daarna plaatsen we 1 tot 6 buisjes in de buikwand. De buisjes zijn tussen de 5 en 8 millimeter dik. Een van de buisjes dient als kijkbuis. Met een camera ziet de uroloog de buikinhoud op een beeldscherm. De andere buisjes dienen als toegangspoort voor de instrumenten zoals tangetjes, schaartjes en klemmetjes.

De uroloog verwijdert de prostaat en zaadblaasjes. Daarna maakt de uroloog een nieuwe verbinding tussen de blaas en de plasbuis.

Soms is het ook nodig om de omliggende lymfeklieren te verwijderen. Dit hangt af van hoe hoog het prostaatspecifiek antigeen (PSA) in je bloed is, en van de agressiviteit van het gezwel (Gleason-score). We bespreken op voorhand met jou of de klieren worden weggenomen. Als de omliggende lymfeklieren verwijderd worden, onderzoeken we dit weefsel na de operatie in het pathologisch laboratorium op uitzaaiingen. De kans dat er uitzaaiingen in de lymfeklieren worden gevonden is heel klein.

Tot slot doen we het weefsel dat we in je buik hebben weggehaald in een zakje. Om het zakje met inhoud te verwijderen is het vaak nodig een van de operatiewondjes iets groter te maken.

Daarna controleert de uroloog het operatiegebied nog een keer op bloedingen. Het koolzuurgas wordt verwijderd en de wondjes worden gesloten. In zeldzame gevallen blijft er een slangetje (drain) in de wond om wondvocht af te voeren.

De operatie duurt gemiddeld twee tot drie uur.


Na de operatie

Na de operatie word je een tweetal uur gevolgd op de uitslaapkamer van het operatiekwartier. Er werd een blaaskatheter geplaatst. Dit is een slangetje dat de urine uit je blaas afvoert. Deze blijft doorgaans 3 dagen zitten. In deze periode kan de nieuwe aansluiting tussen blaas en plasbuis rustig genezen. Het verwijderen van de blaaskatheter is een eenvoudige en snelle procedure die wordt uitgevoerd tijdens een consultatie.

Een blaaskatheter kan een aantal klachten veroorzaken:

  • Het gevoel dat je moet plassen, ondanks dat de blaas leeg is door de blaaskatheter
  • Loze aandrang bij de ontlasting
  • Pijn in het uiteinde van de penis

Als je last hebt van een of meerdere van deze klachten, bespreek dit met de verpleegkundige. De verpleegkundige kan je eventueel medicijnen geven die deze klachten onderdrukken.

Pijn

Over het algemeen ondervind je na een kijkoperatie veel minder pijn dan na een gewone operatie, omdat er geen grote buikwonde is. Pijnstilling met paracetamol (Dafalgan®) is na de eerste dag meestal voldoende.

Kort na de ingreep met een multi-port robot kun je last krijgen van een pijnlijk gevoel ter hoogte van het schouderblad. Dit komt omdat het gebruikte CO₂-gas het middenrif prikkelt. De pijn gaat vanzelf over na enkele dagen en is makkelijk te behandelen. Een single port ingreep geeft dit doorgaans niet.

De verpleegkundige komt regelmatig bij je langs en vraagt je hoeveel pijn je hebt op een schaal van 0 tot 10. Daarbij staat score 0 voor helemaal geen pijn en score 10 voor heel veel pijn. Bij score 4 is de pijn nog net houdbaar. Als dat nodig is, passen we de pijnmedicatie aan.

Ontslag

Bij een multi-port ingreep gebeurt het ontslag doorgaans de tweede of derde dag na de ingreep, afhankelijk van hoe je je voelt. Bij een single-port ingreep kan het ontslag al de eerste dag na de ingreep, op voorwaarde dat je je goed voelt.

Als je het ziekenhuis verlaat voor de derde dag na de operatie, is de blaaskatheter nog steeds ter plaatse, want deze blijft 3 dagen in de blaas.

Bij ontslag bezorgen we je:

  • Instructies voor het verzorgen van de katheter (zo nog aanwezig) en de wondjes.
  • Uitleg over de wondverzorging. De wondjes worden dichtgelijmd. Thuiszorg is doorgaans niet nodig. Douchen mag, baden niet.
  • Voorschrift kinesitherapie
  • Meestal zijn spuitjes tegen flebitis niet nodig en volstaan steunkousen. Als je een hoog risico op flebitis hebt, krijg je wel een voorschrift voor spuitjes.
  • Gebruikte je voor de operatie bloedverdunnende middelen? Dan vertelt de arts voor je naar huis gaat wanneer je deze weer mag innemen.

Herstel thuis

Na de operatie

De eerste periode thuis kan je last hebben van:

  • Pijn
    Bij pijn mag je een pijnstiller gebruiken: paracetamol 500 mg, maximaal 4 keer per dag 2 tabletten.

  • Vermoeidheid
    Door de operatie kan je conditie verminderd zijn. Je merkt dat je sneller vermoeid bent en trager reageert. Luister naar de signalen die je lichaam je geeft. Zorg voor een goede verdeling van activiteiten en rust. Je conditie zal hierdoor snel beter worden.

Je mag thuis douchen, ook met een blaaskatheter. Je mag de katheter mee wassen en daarna goed afdrogen, ook het beenzakje.

Na het verwijderen van de blaaskatheter

Na het verwijderen van de blaaskatheter kan je last hebben van:

  • Vaker aandrang om te plassen
  • Een branderig gevoel bij het plassen (meestal aan het begin of het einde van het plassen)
  • Bloed in de urine. Het duurt soms een tot twee weken voordat de urine weer helemaal helder van kleur is.
  • Urineverlies bij het eerste gevoel van aandrang. Je kunt de eerste weken tot maanden moeite hebben om de plas goed op te houden. In 95 % van de gevallen is deze incontinentie tijdelijk.

Adviezen

Voor een goed herstel na de operatie hou je best rekening met deze adviezen:

  • Verricht de eerste zes weken geen zware lichamelijke arbeid. Zwaar tillen (> 5 kg), zware huishoudelijke taken en sport zijn activiteiten die je beter vermijdt.
  • Fiets niet tijdens de eerste zes weken. Autorijden mag wel, zodra je je goed voelt en het stuur machtig bent.
  • Draag de steunkousen nog minimaal 2 weken.
  • Drink twee liter vocht per dag. Dit bevordert het herstel, vooral als je urine nog bloed bevat. De blaas wordt dan op een natuurlijke manier gespoeld. De urine wordt dan weer lichter van kleur.
  • Eet vezelrijke voeding, zoals bruin of volkorenbrood en veel fruit, om een regelmatige stoelgang te bevorderen. Bij moeilijke stoelgang kan je Movicol® gebruiken. Dit poeder is vrij verkrijgbaar bij de apotheek.
  • Vermijd overmatig persen bij de stoelgang. Dit kan een nabloeding veroorzaken.

Wondverzorging

Na de operatie heb je enkele kleine wondjes. Als er geen vocht uit de wondjes komt, hoef je er thuis geen pleister op te doen.

Het is normaal dat er de eerste tijd een beetje roze wondvocht uit de wondjes komt. Je mag thuis gewoon douchen, behalve als de arts of verpleegkundige een ander advies heeft gegeven. Na twee weken mag je weer een bad nemen.


Opvolgafspraken

Verwijderen van de katheter

Als de chirurg de speciale technieken heeft kunnen toepassen om de katheter vroeg te verwijderen, gebeurt op de derde dag in de voormiddag een lektest op de consultatie in AZ Sint-Jan. Als je op dat moment nog opgenomen bent in het ziekenhuis, zal een medewerker je naar deze consultatie begeleiden.

Tijdens deze test spuit de zorgverlener contrastvloeistof in de sonde. Daarna wordt een radiologische foto gemaakt om te controleren of er een lek is aan de naad. Als er geen lek te zien is, wordt de katheter verwijderd. Als er wel een lek te zien is, blijft de katheter nog één week ter plaatse.

Het verwijderen van de katheter is niet pijnlijk. Zodra de katheter verwijderd is, kan je opnieuw zelf plassen. De verpleegkundige controleert of dit goed verloopt.

We raden aan om extra ondergoed en een broek mee te brengen, omdat ongewild urineverlies mogelijk is. Het eerste verbandje krijg je van ons op de raadpleging. Heb je vragen over incontinentiemateriaal, dan kan je die daar bespreken.

Bespreking van het microscopisch onderzoek

Het weefsel dat de uroloog tijdens de operatie heeft verwijderd, wordt in het pathologisch laboratorium onderzocht. Als de lymfeklieren zijn weggenomen, worden deze ook onderzocht op mogelijke uitzaaiingen. Het duurt meestal minimaal 7 werkdagen voordat de uitslag bekend is. Bij ontslag krijg je een afspraak mee om deze resultaten te bespreken, ongeveer 10 dagen na de operatie.  Voor deze afspraak hoef je geen bloed te laten nemen bij de huisarts.

Controleafspraak

Ongeveer zes weken na de operatie voorzien we een controleafspraak met je uroloog. We leggen deze afspraak vast als je langskomt om het microscopisch onderzoek te bespreken. Enkele dagen voor de controleafspraak ga je langs bij de huisarts voor een bloedafname voor de PSA-controle.

Opvolging op lange termijn

Na de operatie word je in het begin om de drie maanden gecontroleerd. We controleren telkens de PSA-waarde, het prostaatspecifiek antigeen, in het bloed. Als het PSA minder is dan 0,1 ng/ml, is de operatie geslaagd en nabehandeling niet nodig. Als de PSA-waarde groter dan 0,1 ng/ml is of stijgt, kan verder onderzoek en eventueel een nabehandeling nodig zijn. De nabehandeling hangt ook af van het resultaat van het microscopisch onderzoek van het weefsel. Pas als deze uitslag gekend is, kunnen we de concrete opvolging en nabehandeling met je bespreken.


Risico’s

Geen enkele operatie is zonder risico. Elke operatie geeft een kleine kans op complicaties zoals trombose, een longontsteking, een nabloeding of een wondinfectie.

Daarnaast kunnen bij deze operatie ook enkele specifieke bijwerkingen optreden. We nemen alle mogelijke voorzorgsmaatregelen om deze bijwerkingen te voorkomen of te beperken. Welke technieken mogelijk zijn, hangt ook af van het stadium van de kanker.

Incontinentie

Een radicale prostatectomie kan leiden tot urineverlies (incontinentie). In de eerste periode na de operatie hebben veel mannen last van stressincontinentie: urineverlies bij een inspanning.

In 90 tot 95 % van de gevallen is deze incontinentie tijdelijk en verbetert ze binnen de eerste 6 weken tot 6 maanden. Na de operatie verwijzen we je door naar een bekkenbodemkinesist die gespecialiseerd is in bekkenfysiotherapie.

Tot een jaar na de operatie kan de incontinentie nog verbeteren. Als je incontinent blijft, bespreekt de uroloog met jou welke behandelingen mogelijk zijn. In de meeste gevallen kan een extra operatie een oplossing bieden. Die operatie gebeurt ten vroegste een jaar na de ingreep, omdat er in het eerste jaar nog veel verbetering mogelijk is.

Erectiestoornis

Een erectiestoornis is een mogelijk gevolg van de operatie. De zenuwbanen die de erectie aansturen, liggen heel dicht tegen de prostaat. Het gaat om een netwerk van fijne zenuwvezeltjes die in vetweefsel liggen en daardoor moeilijk te zien zijn. De uroloog moet de prostaat zo ruim wegnemen om zeker te zijn dat al het tumorweefsel weg is. Daardoor is het niet altijd mogelijk om het zenuwweefsel te sparen.

Bij een niet-zenuwsparende operatie kunnen er nog erecties ontstaan, maar die kans is klein. Soms is het mogelijk de zenuwen aan één zijde te sparen. De kans op spontane erecties enkele maanden postoperatief is dan 50 %. Bij een tweezijdig zenuwsparende operatie is die kans 60 tot 70 %.

Bij patiënten jonger dan 60 jaar is de kans groter dat de erecties goed blijven. Hoe jonger, hoe groter die kans. Als er vóór de operatie al geen goede erecties meer waren, is de kans kleiner dat deze na de operatie terugkomen. Soms komen de erecties snel terug, maar dit kan ook langer duren, tot twee jaar na de operatie.

Als de erecties niet spontaan terugkomen, zijn sommige patiënten geholpen met een medicijn als Viagra®, Levitra® of Cialis®. Andere opties zijn:

  • Vytaros®: dit is een klein druppeltje dat in de plasbuis wordt ingebracht
  • Een vacuümpomp
  • Injectietherapie: hierbij wordt een erectie-opwekkend medicijn geïnjecteerd in het zwellichaam van de penis.

We bespreken deze mogelijkheden met jou als je eraan toe bent.

Als je dit wenst en de uroloog zenuwsparend heeft kunnen werken, kunnen we starten met een revalidatieprogramma voor erecties. Daarbij neem je elke dag een lage dosis van een erectiepil om het herstel te bevorderen.

Onvruchtbaarheid

Omdat we bij een radicale prostatectomie zowel de prostaat als zaadblaasjes verwijderen, is een zaadlozing niet meer mogelijk. Je bent daardoor niet meer vruchtbaar.

Het blijft mogelijk een orgasme te ervaren, ook zonder erectie. Ook hormonaal verandert er niets: de teelballen die mannelijk hormoon (testosteron) produceren, worden niet verwijderd.


Vragen na ontslag

Heb je na je ontslag uit het ziekenhuis problemen die te maken hebben met deze ingreep? Dan kan je tijdens kantooruren contact opnemen met de dienst Urologie of de prostaatverpleegkundige. Onze prostaatverpleegkundigen zijn speciaal opgeleid in de zorg en begeleiding van patiënten met kanker.

Dienst Urologie
050 36 51 12

Prostaatverpleegkundige
050 36 90 59

Treden deze problemen op ’s avonds, ’s nachts of in het weekend? Dan kan je contact opnemen met de verpleegeenheid Urologie van AZ Sint-Jan via 050 45 31 20. Een verpleegkundige probeert je vraag te beantwoorden of schakelt de uroloog van wacht in.

Neem contact op met het ziekenhuis als je:

  • koorts hebt boven 38,5 °C
  • pijn hebt die niet verdwijnt na het innemen van pijnstillers
  • meerdere dagen bloed in de urine blijft hebben, waarbij dit niet vermindert en de urine donkerrood van kleur is
  • naast bloed ook flinke bloedstolsels uitplast
  • zoveel moeite hebt met plassen dat je het gevoel hebt de blaas niet helemaal leeg te kunnen plassen
  • plots helderrood bloed of etter verliest via de wondjes
  • roodheid of zwelling van de wondjes merkt die er eerder niet was