Thoracoscopische longresectie
Een thoracoscopische longresectie is een kijkoperatie waarbij een gedeelte van de long verwijderd wordt. Je leest hier meer over de operatie, je opname op de verpleegeenheid en je ontslag. Het is mogelijk dat je situatie net iets anders is dan wat je hier leest. Met specifieke vragen kan je terecht bij je behandelend arts. Tijdens je opname in het ziekenhuis zullen de verpleegkundigen en de arts je vragen beantwoorden.
Wanneer heb je een longresectie nodig?
Wanneer heb je een longresectie nodig?
Er zijn verschillende redenen waarom een longresectie nodig is.
- Soms is er sprake van een (vermoeden van) longkanker of een uitzaaiing in de long van een kwaadaardige tumor ergens anders in het lichaam.
- Soms opereren we omwille van een hardnekkig ontstekingsproces of een goedaardige afwijking.
- In andere gevallen moeten we een stuk long wegnemen om tot een diagnose te komen.
Als de operatie voor longkanker uitgevoerd wordt, nemen we ook de bijbehorende lymfeklieren weg. Dat is belangrijk om te bepalen of na de ingreep verdere behandeling met chemotherapie of bestraling nodig is.
De ingreep
Thoracoscopie
Een thoracoscopie is een kijkoperatie in de borstkas met behulp van een videocamera. We noemen dit ook een Video Assisted Thoracic Surgery of VATS-ingreep. De ingreep gebeurt via één of meerdere kleine sneetjes van 1 tot 4 cm aan de zijkant van de borstkas. De chirurg schuift de camera en de werkinstrumenten in de borstkas. Een thoracoscopische longoperatie is een relatief nieuwe operatietechniek en is minder ingrijpend dan een traditionele longoperatie. Bij een die operatie (thoracotomie) maakt de chirurg een grotere snede van 15 tot 20 cm onder de oksel en spreidt de ribben.
Longresectie
Bij een longresectie wordt een stuk long weggenomen.
We hebben twee longen. De rechterlong bestaat uit drie delen of kwabben, de linkerlong bestaat uit twee kwabben. Elke kwab is opgebouwd uit verschillende segmenten. Zowel een kwab als een segment vormen een anatomische eenheid met een eigen ader, slagader en luchtpijpje.
Er bestaan verschillende soorten longresecties. Daarbij verwijdert de chirurg telkens een ander deel van de long:
- Lobectomie: een longkwab
- Segmentectomie: één of meerdere segmenten van een kwab
- Wigresectie: een gedeelte van een segment
Complicaties
Bij elke operatie bestaat een kans op complicaties.
- Normale operatierisico’s: trombose, longembolie, longontsteking, (na)bloeding en wondinfectie.
- Omdat er bij een longoperatie grote slagaders en aders betrokken zijn, bestaat een kans op een ernstige bloeding. Dat komt zelden voor.
- Veranderingen in hartritme tijdens of na de ingreep. Die behandelen we met medicatie.
- Na een longresectie komt het vaak voor dat er de eerste dagen na de ingreep nog wat lucht lekt uit het overblijvende longweefsel. Wanneer die luchtlekkage langer dan 7 dagen aanhoudt, spreken we van een langdurig luchtlek. Dat is geen ernstige, maar wel een vervelende complicatie, omdat je langer in het ziekenhuis moet blijven. Bij een langdurig luchtlek kunnen we een draineerbuis met klepsysteem (Heimlichvalve) plaatsen, zodat je toch naar huis kunt. Zodra de luchtlekkage verdwenen is, verwijderen we de draineerbuis in het dagziekenhuis. Heel af en toe is een nieuwe operatie nodig om de lekkage te stoppen.
- Atelectase: een slijmprop verstopt een deel van de luchtweg. Meestal is dit te verhelpen met ademhalingsoefeningen. Soms verwijderen we de slijmprop met een flexibele kijkslang (bronchoscopie).
- In zeldzame gevallen kan bij een longresectie zenuwbeschadiging optreden. Dat kan leiden tot blijvende heesheid (stembandzenuw) of kortademigheid (middenrifzenuw).
De chirurg bespreekt op voorhand welke complicaties bij jouw operatie kunnen voorvallen. Die zijn afhankelijk van je leeftijd, algemene conditie, medische voorgeschiedenis en je aandoening.
Voorbereiding op de operatie
Al voor de operatie nemen we maatregelen om longcomplicaties na de ingreep te voorkomen. Het is belangrijk dat je voor de operatie in beweging blijft door bijvoorbeeld te wandelen of te fietsen. Een goede conditie ondersteunt je herstel na de ingreep. Als je er moeilijk in slaagt om te bewegen, schrijft de arts kinesitherapie voor om je conditie te verbeteren.
Als je lijdt aan COPD (chronisch longlijden), krijg je een voorschrift voor kinesitherapie. Zo kan je je longen en ademhalingspieren in optimale conditie brengen voor de ingreep.
Roken vergroot het risico op longcomplicaties na de ingreep. Als je rookt hebben je longen het moeilijker om slijmen te verwijderen. Dat kan leiden tot infecties en longontsteking. Het staat ook vast dat rokers trager genezen en herstellen van de verdoving.
Je opname
Je wordt de dag voor de operatie opgenomen. Meld je aan bij de kiosk in de inkomhal of in de centrale hal op verdieping 0. Je zal een wachtnummer krijgen voor de inschrijvingsbalie. Een medewerker van de dienst Onthaal en Opname zal je opname afwerken en je vertellen in welke verpleegeenheid je zal verblijven. In de verpleegeenheid meld je je aan bij de verpleegpost. Een verpleegkundige zal je opname afwerken en je naar je kamer begeleiden.
Onderzoeken
Voor een longoperatie zijn een recente radiografie of CT-scan van de longen, een recente bloedafname en een elektrocardiogram nodig. Als deze onderzoeken niet op voorhand gebeurden, plannen we ze op de dag van de opname. Als je zelf de resultaten van deze onderzoeken hebt, breng ze dan zeker mee naar het ziekenhuis.
Kinesitherapeut
Je krijgt bezoek van een kinesitherapeut die je ademhalingsoefeningen en hoesttechnieken aanleert. Het is belangrijk voor je herstel dat je na de operatie goed kunt doorademen en slijm kunt ophoesten, ondanks het ongemak van de operatiewond. De kinesitherapeut leert je ook hoe je de Coach 2® incentive spirometer gebruikt. Zo kan je de ademhalingsoefeningen na je ingreep zo snel mogelijk zelfstandig uitvoeren.
Chirurg en anesthesist
De chirurg en anesthesist komen langs voor een gesprek over de planning van de operatie. Ze overlopen de ingreep nog eens en bespreken de verschillende mogelijkheden voor pijnstilling tijdens en na de ingreep. Aarzel niet om dan je vragen over de ingreep te stellen.
Scheren
De verpleegkundige scheert het operatiegebied (borstkas en oksel) ter voorbereiding op de ingreep.
Voor de operatie
Nuchterbeleid
Na middernacht mag je niets meer eten. Je mag wel nog tot 6 uur ’s morgens heldere dranken drinken (water, thee, koffie zonder melk). Als dat noodzakelijk is, krijg je nog een kalmerend geneesmiddel voor je naar de operatiezaal vertrekt.
Operatiekwartier
We brengen je met je bed naar het Operatiekwartier. Daar moet je nog even wachten tot je aan de beurt bent. Je krijgt hier alvast een infuus dat we gebruiken voor de medicatie om te je verdoven.
Narcose of verdoving
Je zal tijdens de operatie onder volledige narcose of verdoving zijn. De anesthesist is verantwoordelijk voor de narcose en dient medicatie toe om je te verdoven, via het infuus in je arm. Je krijgt ook een tube in de luchtpijp waarlangs we je tijdens de ingreep kunnen beademen. Afhankelijk van je algemene conditie brengen we nadien nog een katheter in de hals en de polsslagader in. De halskatheter is nodig om vocht en medicatie toe te dienen tijdens en na de ingreep. Met de katheter in de polsslagader kunnen we je bloeddruk continu op een betrouwbare manier volgen. Daarna ben je klaar voor de operatie.
Tijdens de operatie
Gemiddeld duurt een thoracoscopische longresectie 1,5 tot 3 uur. Meest ligt het operatieplan vast. Soms wijkt de chirurg tijdens de operatie van het plan af omdat het duidelijk wordt dat de situatie ingewikkelder is dan verwacht.
Dat kan voor onder andere deze redenen:
- er moet meer longweefsel verwijderd worden dan eerst gedacht.
- de longresectie kan niet via een kijkoperatie uitgevoerd worden. De chirurg moet dan een grotere incisie maken om de geplande longoperatie uit te kunnen voeren (thoracotomie).
- verwijdering van de tumor is niet mogelijk.
Vaak doen we tijdens de operatie een microscopisch onderzoek. De chirurg neemt dan een stukje weefsel weg dat de patholoog (de arts die weefselonderzoek doet) tijdens de operatie onder de microscoop onderzoekt. Na de operatie doen we nog een uitgebreider microscopisch onderzoek van het weefsel en/of de lymfeklieren. Het is 7 tot 10 dagen wachten op de uitslag van dat onderzoek. Na de operatie vertelt de arts u wat precies tijdens de ingreep gebeurde.
Aan het einde van de operatie plaatst de chirurg een thoraxdrain. Dat is een buisje in de borstkas om de overtollige lucht en het overtollige vocht af te voeren. De operatiewondjes worden gesloten met oplosbare hechtingen.
Na de operatie
Na de operatie maken we je wakker en brengen we je naar recovery of verpleegeenheid Intensieve zorg. Hier bewaken we je bloeddruk, hartritme, ademhaling en zuurstofsaturatie en houden we de pijn goed mogelijk onder controle met medicatie. Heb je pijn? Je hoeft zeker niet te wachten tot wij het vragen om te signaleren dat je (meer) pijn hebt. Zeg het ons meteen, want jij bent onze belangrijkste informatiebron over jouw pijn.
Pijn belet je om normaal te ademen en slijmen op te hoesten. Daardoor kunnen slijmproppen in je luchtwegen achterblijven, kunnen de longen niet goed ontplooien, en neemt de kans op complicaties zoals een longontsteking toe. We stemmen de pijnstilling zo goed mogelijk af op je persoonlijke behoefte.
Je gaat pas terug naar je kamer wanneer je bloeddruk en hartslag stabiel zijn, de longfoto goed is, je volledig wakker bent en de pijn onder controle is. We verwijderen de katheter ter hoogte van de polsslagader voor je naar terug naar de verpleegeenheid gaat. Als je je goed voelt, mag je op de kamer drinken en eten. De verpleegkundige zal je helpen rechtzitten.
Terug in de verpleegeenheid
Op de kamer controleren we je bloeddruk en pols meerdere keren per dag. De verpleegkundige zal regelmatig vragen welke pijn je ervaart. De eerste dag na de operatie gebeurt ook een bloedafname. Soms krijg je de eerste dagen na de ingreep via een masker of neusbril nog extra zuurstof toegediend. De zaalarts komt dagelijks langs om te kijken hoe het met je gaat.
De thoraxdrain kan verwijderd worden als er geen luchtlekkage is en een beperkte hoeveelheid vocht gedraineerd wordt. De arts beoordeelt elke dag of dit het geval is. Na verwijdering van de drain maken we nog een longfoto. Als je goed eet en drinkt en medicatie via de mond kunt innemen, zal je infuus verwijderd worden.
Bewegen
Na longchirurgie is het belangrijk om zo snel mogelijk opnieuw in beweging te komen. Bewegen versnelt je herstel en vermindert de kans op complicaties, zoals een longontsteking. Je inzet is belangrijk, en wij begeleiden je daarbij zo goed mogelijk.
Na de operatie start je liefst de dag met ademhalings- en bewegingsoefeningen, kom je uit bed en ga je op een stoel zitten. Dat bouwen we snel op tot vier keer per dag een uur op een stoel zitten, wandelen op de kamer, zelfstandig wandelen op de gang en traplopen. Je doet dit onder begeleiding van de kinesitherapeut en/of verpleegkundige. Hoe snel we opbouwen, hangt af van de omvang van de ingreep en je algemene conditie.
Naar huis
Je kunt het ziekenhuis verlaten als de thoraxdrain verwijderd is, de longfoto goed is, je voldoende kunt bewegen en je pijn onder controle is met tabletten. Afhankelijk van de omvang van de longresectie kan dit twee dagen (bv. na wigresectie) tot vier dagen (bv. na lobectomie) na de ingreep. Bij ontslag zal je voldoende hersteld zijn om dagelijkse activiteiten te kunnen uitvoeren.
Hechtingen en wonden
De operatiewondjes worden gesloten met oplosbare hechtingen. De hechtingen moeten dus niet verwijderd worden. De wonden zullen bij ontslag uit het ziekenhuis al mooi aan het genezen zijn. Normaal gezien heb je geen verdere wondzorg of verband nodig als je naar huis gaat. De huisarts of thuisverpleegkundige mag een tiental dagen na ontslag de hechtingen als gevolg van de thoraxdrain verwijderen.
Na ontslag mag je douchen. Een bad neem je beter pas als de wonden volledig genezen zijn. Til of draag de eerste weken na de operatie geen zware voorwerpen om het genezen te bevorderen. Je kunt nog lange tijd na de operatie last ondervinden ter hoogte van de wonden. De arts kan je hiervoor pijnstillers voorschrijven. De huid rond de littekens kan ook lange tijd (on)gevoelig blijven doordat huidzenuwen doorgesneden werden bij de operatie.
Je conditie
Het is belangrijk om thuis te werken aan het herstel van je conditie. Dat kun je doen door dagelijks te wandelen of te fietsen op een hometrainer. In het begin kun je bij inspanning kortademig zijn en snel moe worden omdat het overblijvende deel van de long zich moet aanpassen aan de nieuwe situatie. Deze klachten nemen geleidelijk af naarmate je je activiteiten opbouwt. Wat je na de operatie wel en niet kunt, hangt af van je conditie vóór de operatie en van de hoeveelheid longweefsel die werd verwijderd. Probeer zo snel mogelijk je oude ritme weer op te nemen en wissel inspanning en ontspanning zo goed mogelijk af.
Normaal gezien heb je geen kinesitherapie nodig om te herstellen van een longoperatie. Bij twijfel kun je dit bespreken met je arts. De ademhalingsoefeningen die je van de kinesitherapeut in het ziekenhuis hebt geleerd, moet je tijdens je herstelperiode thuis blijven uitvoeren.
Het kost tijd en energie om na een longoperatie opnieuw een goede lichamelijke en mentale conditie op te bouwen. Hou er rekening mee dat dit enkele weken kan duren. Zodra je eraan toe bent, kun je na overleg met de arts in je eigen tempo opnieuw beginnen werken. Als je geen aanvullende behandeling nodig hebt, kan dat meestal na ongeveer vier weken. De eerste zes weken na de ingreep mag je geen contactsporten beoefenen, niet duiken en geen vliegreizen maken.
Contact
Secretariaat Thorax- en Vaatheelkunde
050 36 51 10
Route C 054 - gelijkvloers