Percutane transluminele angioplastie (PTA)

Bij een percutane transluminele angioplastie wordt een vernauwde bekken- of beenslagader met een ballonnetje open geblazen. Het bloedvat wordt daardoor beter doorgankelijk. Je leest hier meer over de operatie, je opname op de verpleegeenheid en je ontslag. Het is mogelijk dat je situatie net iets anders is dan wat je hier leest. Met specifieke vragen kan je terecht bij je behandelend arts. Tijdens je verblijf in het ziekenhuis zullen de verpleegkundigen en de arts je vragen beantwoorden.

Wanneer heb je een percutane transluminele angioplastie nodig?

De ingreep

Voor de operatie

Tijdens de operatie

Na de operatie

Naar huis

Contact

Wanneer heb je een percutane transluminele angioplastie nodig?

De bekken- en beenslagaders

Het hart pompt zuurstofrijk bloed naar de weefsels via de slagaders (arteries). Op die manier krijgen de weefsels zuurstof. Daarna gaat het zuurstofarme bloed terug naar het hart via de aders (venen).

Vanuit het hart vertrekt de grote slagader. Ter hoogte van de navel splitst de grote buikslagader zich op in twee bekkenslagaders (arteriae iliacae).

Die splitsen zich op hun beurt op in een tak naar de bekkenorganen en een tak naar de benen. Ter hoogte van de lies verandert de bekkenslagader van naam en spreken we van een beenslagader (arteria femoralis). De beenslagader splitst zich op in twee takken: de diepe beenslagader (arteria profunda femoris) en de oppervlakkige beenslagader (arteria femoralis superficialis).

Ter hoogte van de kniekuil verandert de oppervlakkige beenslagader van naam en wordt dan de knieslagader (arteria poplitea) genoemd. Ter hoogte van het onderbeen splitst de knieslagader zich op in drie belangrijke takken: de arteria tibialis anterior, de arteria fibularis en de arteria tibialis posterior.

PTA beenslagaders

Oorzaken van een vernauwing

Vernauwingen zijn het gevolg van vetafzetting en verkalking in de slagaders. Dat heet atheromatose of slagaderverkalking. Er zijn meerdere factoren die een rol spelen bij het ontstaan van atheromatose: roken, hoge bloeddruk, suikerziekte, overgewicht, een te hoog cholesterolgehalte, gebrek aan beweging enzovoort. Atheromatose kan alle slagaders in het lichaam aantasten.

Gevolgen van een vernauwing

Claudicatio intermittens (etalagebenen, rokersziekte)

Door een vernauwing of afsluiting van een slagader naar de benen gaat er minder bloed en zuurstof naar de spieren. Als er te weinig zuurstofaanvoer is, verzuren de spieren. De beenspieren hebben bij inspanningen zoals wandelen, lopen en traplopen, veel meer bloed en zuurstof nodig dan in rust. Daarom treden klachten als gevolg van een vernauwing vooral op na inspanning.

Het is mogelijk dat je na inspanning een krampachtige pijn krijgen in één of beide benen. Als je even rust, verdwijnt de pijn en kan je weer verder gaan. De afstand die je kunt wandelen vooraleer je pijn krijgt, is afhankelijk van de ernst van de vernauwing. Ook de wandelsnelheid en de helling van het wandeloppervlak spelen hierin een rol. Hoe hoger het wandeltempo en hoe steiler het oppervlak, hoe sneller je pijn zal krijgen.

Rustpijn

Soms stroomt er zo weinig bloed naar de benen dat je pijn krijgt in rust­toestand, of ‘s nachts in bed. Dat heet rustpijn. Je kan in de zetel gaan zitten of je been even uit bed laten hangen om de pijn te verlichten. Door de zwaartekracht neemt de bloedtoevoer net voldoende toe om de rustpijn weg te nemen.

Gangreen

Wanneer er heel weinig bloed naar de benen stroomt, ontstaat er soms gangreen. Dan genezen wonden niet of sterven één of meerdere tenen af. Als bij gangreen niet chirurgisch ingegrepen wordt, is een amputatie van het aangetaste been vaak onvermijdelijk.

Andere gevolgen

  • Koude voeten
  • Verminderde haargroei op de benen
  • Verdikte teennagels (vaak met schimmelinfecties)
  • Vertraagde nagelgroei
  • De benen worden bleek wanneer je ze optilt en kleuren rood als je ze laat afhangen

De oppervlakkige beenslagader is vaak ernstig vernauwd of zelfs volledig verstopt. Dat geeft niet altijd aanleiding tot ernstige klachten. Als de diepe beenslagader goed ontwikkeld is, is het mogelijk dat je minimale klachten ervaart. Omdat de zijtakken van de diepe beenslagader de verstopping kunnen overbruggen, ontstaat er een natuurlijke bypass.

De ingreep

Het is belangrijk dat je in de eerste plaats de risicofactoren van atheromatose beperkt. Eet gezond, rook niet en beweeg voldoende. Andere risicofactoren zoals een te hoge bloeddruk of suikerziekte, moeten strikt behandeld worden. Een optimale controle van de suikerwaarden (glucosewaarden) in je bloed is belangrijk. Verder zijn een bloedverdunner en een cholesterolverlagend middel meestal noodzakelijk, ook als je cholesterol niet te hoog is.

Afhankelijk van de ernst van de klachten en de aard van de vernauwing zijn er verschillende behandelingsmogelijkheden. Bij jou werd gekozen voor een percutane transluminele angioplastie (PTA).

Endovasculaire behandeling: percutane transluminele angioplastie (PTA)

Bij deze behandeling wordt de vernauwing met een ballonnetje open geblazen, waardoor het bloedvat weer beter doorgankelijk wordt. De behandeling wordt ook ballondilatatie of dotteren genoemd.

Soms is het nodig om bijkomend een stent te plaatsen. Een stent is een soort metalen netwerkje dat in het bloedvat wordt geplaatst om de openrekking open te houden.

Heelkundige behandeling

Soms kan het nodig zijn om de vernauwing operatief te overbrug­gen met een kunststofbloedvat.

Voor de operatie

Meld je aan bij de kiosk in de inkomhal of in de centrale hal op verdieping 0. Je zal een wachtnummer krijgen voor de inschrijvingsbalie. Een medewerker van de dienst Onthaal en Opname zal je opname afwerken en je vertellen in welke verpleegeenheid je zal verblijven. In de verpleegeenheid meld je je aan bij de verpleegpost. Een verpleegkundige zal je opname afwerken en je naar je kamer begeleiden.

Tijdens de operatie

Percutane transluminele angioplastie

Voor de ingreep wordt een infuus geplaatst in de arm. Daarna word je op een röntgentafel gelegd. Een of beide liezen (of soms de arm) worden geschoren en ontsmet.

Daarna wordt de liesslagader (of soms de armslagader in de elleboog) aangeprikt. Wees niet ongerust, het is mogelijk dat bijvoorbeeld de rechterliesslagader wordt aangeprikt om het linkerbeen te behandelen.

De arts schuift een katheter in de slagader. Via die katheter wordt contrastvloeistof opgespoten. Er worden foto’s van de bloedvaten gemaakt, waardoor de plaats van de vernauwing of verstopping precies bepaald kan worden.

Als de plaats van de vernauwing bepaald is, wordt een draad in de slagader geschoven tot voorbij de vernauwing. Over die draad wordt een ballon geschoven. Door de ballon op te blazen kan de vernauwing opengerekt worden.

Daarna wordt de ballon verwijderd en wordt opnieuw contrastvloei­stof opgespoten om het resultaat te zien. Soms plaatst de arts aansluitend nog een stent om de openrekking open te houden.

Op het einde van de procedure wordt de katheter verwijderd. De prikplaats kan op twee manieren gesloten worden. Ofwel gebeurt dit met een speciaal toestel dat de aanprikplaats in het bloedvat af­sluit, ofwel zal je arts de prikplaats dichtduwen met de hand tot de bloeding gestelpt is. Beide technieken hebben hun voor- en nadelen. De arts zal beslissen welke techniek het beste voor je is.

Niet elke PTA verloopt even eenvoudig als hierboven beschreven. Vaak zijn meerdere controlefoto’s noodzakelijk. Soms is het bloedvat verstopt en moet de verstopping eerst doorboord worden, soms zijn meerdere ballondilataties nodig of is het nodig om beide liesslag­aders aan te prikken.

Complicaties

Het is mogelijk dat met een PTA de vernauwing niet opengerekt kan worden of de verstopping niet opengemaakt kan worden. In dat geval zal je arts met je bespreken of een of heelkundige behan­deling noodzakelijk is, of een conservatieve houding kan worden aangenomen.

Tijdens de ingreep is het mogelijk dat het bloedvat scheurt of dat er een plotse volledige verstopping van een bloedvat ontstaat. Dat gebeurt gelukkig zelden, maar het is mogelijk dat een dringende ope­ratie noodzakelijk is om de bloedtoevoer te herstellen.

Tijdens de ingreep wordt contrastvloeistof gebruikt. Het is mogelijk dat je hiervoor allergisch bent. Meestal kan die reactie met medi­catie onder controle gebracht worden. Con­trastvloeistof kan daarnaast ook schadelijk zijn voor de nieren. Als je zwakke nieren hebt, zal je de avond voor de ingreep al een infuus krijgen of zullen we tijdens de ingreep een aangepaste contrastvloeistof gebruiken (CO2). Toch is het mogelijk dat de nieren na de ingreep (tijdelijk) minder goed werken. Soms is dialyse noodzakelijk, maar dat komt zelden voor.

Na de ingreep kan de prikplaats nabloeden. Vaak kan dit opgelost worden door de prikplaats nog wat langer dicht te drukken. Soms volstaat dat niet en is een operatie nodig om de bloeding te stoppen.

Na de operatie

Na de endovasculaire behandeling (PTA) mag je bijna onmiddellijk terug naar de verpleegeenheid. Je moet daarna wel nog een aantal uur in bed blijven liggen. De hoek tussen je rug en het bed mag maximaal 30° zijn. Je hebt dan nog een drukverband om.

Je moet 4 tot 24 uur in bed blijven, afhankelijk van de aard van de ingreep en de manier waarop je bloedvat werd afgesloten. De arts en de verpleegkundige zullen dat met je bespreken. Houd je strikt aan de bedrust. Als je te vroeg opstaat, kan de prikplaats opnieuw beginnen bloeden. Dan kan een nieuwe operatie nodig zijn om het bloeden te stoppen.

Van zodra je mag opstaan, mag je onbeperkt wandelen. Wandelen is be­langrijk voor je herstel. Het is wel raadzaam om de eerste twee weken na de ingreep niet te fietsen. Fietsen zorgt er soms voor dat de prikplaats opnieuw begint te bloeden. Meestal kan je de dag na de operatie naar huis, nadat we ter controle een bloedafname hebben uitgevoerd.

Naar huis

Je vindt meer informatie over je ontslag in de brochure Praktische gids voor patiënten of hier.

Het is belangrijk dat je ook na je ontslag in beweging blijft. Intensief sporten is niet altijd aangeraden, maar je kan je conditie met bijvoorbeeld wandelen of zwemmen wel weer rustig opbouwen naar een gezond beweegpatroon. Een kinesitherapeut kan je helpen om je conditie weer op te bouwen.

Zorg dat je er een gezonde levensstijl op nahoudt. Dit betekent dat je absoluut niet mag roken, voldoende moet bewegen en geen overgewicht mag hebben. Verder zijn er voor jou geen nieuwe beperkingen.

Contact

Secretariaat Thorax- en Vaatheelkunde

sec.heelkunde@stlucas.be

050 36 51 10

Route C 054 - gelijkvloers