Halsslagadervernauwing

Je leest hier meer over de oorzaken van halsslagadervernauwing, de behandeling en de risico’s die aan de behandeling verbonden zijn.

Halsslagaders

Oorzaken van een halsslagadervernauwing

Risico’s

Waarom en wanneer behandelen?

Behandelingen

Mogelijke complicaties

De operatie

Nazorg

Naar huis

Advies

Contact

Halsslagaders

Het hart pompt zuurstofrijk bloed naar alle delen van ons lichaam. Dat bloed stroomt eerst door de aorta, de grootste slagader in het lichaam. Vanuit de aorta vertakken kleinere slagaders naar onder andere de hersenen, de buik, de armen en de benen.

De belangrijkste bloedvaten naar de hersenen zijn de linker- en rechterhalsslagader (arteria carotis). Die hebben elk twee vertakkingen: de arteria carotis externa en de arteria carotis interna. Deze halsslagaders kan je voelen kloppen wanneer je je vingers naast je adamsappel legt.

Ook de twee kleinere slagaders aan de achterkant van de hals (arteria vertebralis) voorzien de hersenen van bloed. De linkerhalsslagader voorziet de linkerhersenhelft van bloed. De rechterhalsslagader voorziet de rechterhersenhelft van bloed. De linkerhersenhelft zorgt voor beweging en gevoel in de rechterlichaamshelft, de rechterhersenhelft zorgt voor beweging en gevoel in de linkerlichaamshelft.

In de schedel staan deze slagaders met elkaar in verbinding. Ze vormen daar een slagaderring (circulus van Willis). Deze ring zorgt ervoor dat de hersenen toch nog voldoende bloed krijgen wanneer één of meerdere slagaders vernauwd of verstopt zijn.

Oorzaken van een halsslagadervernauwing

Slagaderverkalking (atherosclerose) is de belangrijkste oorzaak van een vernauwing van de halsslagader. Bij slagaderverkalking stapelen vetten, zoals cholesterol, en verkalkingen zich op aan de binnenkant van de bloedvaten. Die vormen samen verdikkingen (atheroomplaques).

Daarna blijven vetten, kalk en bloedplaatjes gemakkelijker aan die plek kleven. Na verloop van tijd wordt de slagader stijver en nauwer. Het bloed kan dan minder goed doorstromen.

Slagaderverkalking ontstaat meestal heel geleidelijk. Het proces begint vaak al op jonge leeftijd, maar geeft meestal pas veel later klachten. Sommige factoren verhogen de kans dat slagaderverkalking sneller erger wordt. Voorbeelden zijn roken, een hoog cholesterolgehalte, hoge bloeddruk, suikerziekte, overgewicht, te weinig beweging en hart- en vaatziekten in de familie.

Slagaderverkalking kan in alle slagaders van het lichaam voorkomen. Het kan dus niet alleen in de halsslagaders ontstaan, maar ook in de bloedvaten van het hart en de benen. Daarom is bij een vernauwing van de halsslagader vaak ook een controle bij de hartspecialist nodig, zelfs als er geen klachten zijn.

Risico’s

De halsslagaders brengen bloed naar de hersenen. Als een halsslagader vernauwd is, stijgt de kans op een ischemische beroerte (TIA/CVA) sterk.

Bij een vernauwing zit er een verdikking (plaque) aan de binnenkant van het bloedvat. Soms kan een stukje van die verdikking loskomen. Dat stukje kan met het bloed meestromen naar de hersenen. Daar kan het een kleiner bloedvat verstoppen. Een deel van de hersenen krijgt dan te weinig bloed en zuurstof.

Behandeling van een vernauwing is belangrijk om een beroerte te vermijden.

Transiënte Ischemische Aanval (TIA)

Dit is een tijdelijk tekort aan bloed in een bepaald deel van de hersenen. Dat kan verschillende symptomen veroorzaken:

  • Minder goed zien: zwarte vlekken, een soort gordijn of sneeuw zien.
  • Gezichts- en spraakproblemen.
  • Gevoels- en bewegingsproblemen van de armen en benen.

Deze symptomen duren meestal kort en herstellen spontaan binnen de 24 uur.

Ischemisch Cerebro Vasculair Accident of beroerte

Bij een beroerte krijgt een deel van de hersenen te weinig bloed en zuurstof. Daardoor kunnen de hersenen beschadigd raken. Een CVA veroorzaakt verschillende symptomen zoals gezichts- en spraakproblemen en gevoels- en bewegingsproblemen van de ledematen. Deze symptomen duren meestal langer dan 24 uur, tot zelfs weken of maanden. Soms herstellen ze niet meer volledig en zijn ze blijvend.

Waarom en wanneer behandelen?

Medicatie

Vaak kunnen de hoger vermelde neurologische klachten voorkomen worden met medicatie die de vorming van bloedklonters tegengaat (bloedverdunners) en het cholesterolgehalte verlaagt, zoals statine.

Operatie

Een ernstige vernauwing van de halsslagader geeft een duidelijk verhoogd risico op beroerte en TIA. In bepaalde situaties kan een operatie nuttig zijn.

  • Je algemene gezondheid is goed genoeg en je hart kan de operatie aan.
  • Je hebt een levensverwachting van minstens 5 jaar.
  • Je neemt de juiste medicatie.
  • Je hebt een halsslagadervernauwing van minstens 70 % of je halsslagadervernauwing die nog geen klachten heeft veroorzaakt, neemt toe.

Onderzoek toont aan dat sommige patiënten met een ernstige vernauwing minder kans hebben op een beroerte na een operatie dan met alleen medicatie.

Patiënten die al een TIA of CVA hebben doorgemaakt, worden zo snel mogelijk verwezen naar een multidisciplinair en erkend beroertecentrum voor verdere uitwerking en behandeling. Als een halsslagadervernauwing van minstens 50% neurologische klachten veroorzaakt, dan moet die zo snel mogelijk worden behandeld om het risico op een nieuw TIA of CVA te voorkomen. Als de symptomen langer dan zes maanden geleden optraden, wordt de halsslagadervernauwing opnieuw als asymptomatisch gezien.

Als een halsslagader helemaal verstopt is, heeft het geen zin om die opnieuw open te maken omdat ook het volledige bloedvat achter de vernauwing dicht zal zitten.

Een operatie dient niet om bestaande klachten, zoals verlamming of spraakproblemen, meteen te herstellen. Het doel is om nieuwe schade te voorkomen, zoals een nieuwe TIA of beroerte. De operatie maakt de klachten dus meestal niet onmiddellijk beter.

Behandelingen

CAS of carotisstenting

Eén mogelijke behandeling is het plaatsen van een stent in de halsslagader. Een stent is een klein buisje van fijn gaas. Het buisje houdt de vernauwde slagader open, zodat het bloed beter kan doorstromen.

De ingreep gebeurt onder plaatselijke of algemene verdoving. De arts plaatst de stent via de lies. Welke manier het meest geschikt is, hangt af van verschillende factoren, zoals de leeftijd, de vorm van de bloedvaten, het type vernauwing en de expertise van de arts.

Bij deze techniek brengt de arts de stent in via een dun slangetje (katheter). De arts schuift de katheter via de lies tot aan de vernauwing in de halsslagader. Meestal wordt alleen de lies plaatselijk verdoofd.

Tijdens de ingreep wordt contraststof via de katheter geïnjecteerd. Zo kunnen we röntgenbeelden van het vernauwde bloedvat maken en de stent op de juiste plaats brengen.

Als de stent op de juiste plaats zit, wordt ze geopend. De stent blijft in de slagader zitten en houdt de vernauwing open.

Soms plaatst de arts eerst een filter in het bloedvat. Die filter vangt kleine stukjes van de vernauwing op. Zo verkleint de kans dat stukjes van de plaque naar de hersenen gaan. Soms gebruikt de arts ook een kleine ballon om de vernauwing open te rekken, voor of na het plaatsen van de stent.

Voor, tijdens en na het plaatsen van de stent maakt de arts röntgenbeelden. Zo kan de arts de katheter, de draad en de stent nauwkeurig volgen.

CEA of carotis endarterectomie

De klassieke behandeling, een endarterectomie, is een open operatie aan de halsslagader. De operatie gebeurt via een insnede in de hals en onder algemene verdoving. Het zieke bloedvat wordt vrij gelegd, afgeklemd en opengemaakt.

Tijdens de operatie maakt de chirurg de halsslagader vrij, klemt het bloedvat tijdelijk af en maakt het open. Vervolgens wordt de verdikking (plaque) verwijderd. Vaak plaatst de arts een shunt. Dit is een kunststof buisje dat ervoor zorgt dat er bloed naar de hersenen blijft stromen, ook als het bloedvat afgeklemd is.

Dan wordt het bloedvat gesloten met een stukje kunststof (patch). Ten slotte wordt een drain in de halsstreek geplaatst om wondvocht en bloed af te voeren. Daarna sluit de arts de wonde.

We volgen de hersenfunctie op tijdens de hele ingreep.

Mogelijke complicaties

Algemeen

  • Zowel bij een open operatie als bij de plaatsing van een stent bestaat het risico op een beroerte. Uit studies blijkt dat ongeveer 2 tot 6 op de 100 patiënten tijdens of kort na de ingreep een beroerte krijgen of overlijden. Een beroerte tijdens de operatie, stentplaatsing of angiografie kan verschillende gevolgen hebben. De klachten kunnen volledig herstellen, maar er kan ook blijvende schade ontstaan. In zeldzame gevallen kan een beroerte levensbedreigend zijn. Als een behandeling wordt voorgesteld, betekent dit dat de arts inschat dat het risico mét behandeling kleiner is dan het risico wanneer de vernauwing niet behandeld wordt.
  • Soms is de behandeling goed verlopen, maar ontstaat later opnieuw een vernauwing. Dan kan een nieuwe behandeling nodig zijn. In sommige gevallen kan de slagader ook volledig verstopt raken.
  • Zoals bij elke operatie bestaat er een risico op een hartinfarct.

Stent

  • Bij het maken van röntgenbeelden van de bloedvaten, een angiografie, bestaat er een klein risico op een beroerte. Dit gebeurt bij ongeveer 1 op de 100 patiënten.
  • Na de angiografie of stentplaatsing kan een blauwe plek of bloeduitstorting ontstaan op de plaats waar de arts geprikt heeft. Dat is meestal in de lies of in de hals. Soms kan deze plaats na de ingreep nog wat nabloeden. Meestal helpt het om de prikplaats langer af te drukken. Soms is een operatie nodig om de bloeding te stoppen.
  • Na de ingreep kan tijdelijk irritatie of pijn in de nek ontstaan.
  • Er bestaat een klein risico op allergische reacties op de contraststof.
  • In zeldzame gevallen kan contraststof schadelijk zijn voor de nieren. Daarom krijgen patiënten met verminderde nierfunctie soms extra vocht via een infuus en probeert de arts de hoeveelheid contraststof te beperken.

Open operatie

  • Na een open operatie kan tijdelijk minder gevoel ontstaan in de tong of het gezicht. Ook heesheid kan voorkomen. Dat komt doordat een zenuw in de buurt van de halsslagader tijdens de operatie geïrriteerd of gekneusd kan raken. Dit gebeurt bij ongeveer 1 op de 10 patiënten.
  • Ter hoogte van de wonde kan een nabloeding ontstaan door een lekkage tussen de hechtingen. In sommige gevallen is een nieuwe ingreep nodig om de bloeding te stoppen.
  • Na een open operatie blijft er altijd een litteken in de hals.

De operatie

  • De dag van de ingreep moet je nuchter zijn vanaf middernacht.
  • De verpleegkundige geeft je de medicatie die je nog mag nemen op voorschrift van de arts. Die mag je innemen met een slokje water.
  • Net voor de ingreep word je in je bed naar het Operatiekwartier gebracht. Als je nog geen infuus hebt, krijg je dat in het onthaal van het Operatiekwartier.
  • De operatie gaat door in de operatiezaal.
  • Na de ingreep word je onmiddellijk wakker gemaakt. Alle patiënten worden naar de verpleegeenheid Intensieve zorg gebracht. Daar overnacht je en word je van nabij opgevolgd. De verpleegkundige controleert nauwlettend je verband(en) op nabloeding. Ook je bloeddruk en pols worden opgevolgd. De verpleegkundige gaat ook na of je alles kan bewegen en voert een neurologische evaluatie uit om te zien of je alert bent.

Nazorg

In de meeste gevallen ga je 2 à 3 dagen na de ingreep naar huis. Indien nodig schrijft de arts thuisverpleging voor. Dit om je wonden te verzorgen en je een dagelijkse onderhuidse injectie te geven tegen diepe veneuze trombose of flebitis (aderontsteking) in de benen.

Carotisstenting

De eerste twee weken na de operatie mag je niet fietsen en geen zware voorwerpen heffen. Die zware inspanningen kunnen een bloeding ter hoogte van de prikplaats veroorzaken, meestal in de lies. Ontstaat er toch een bloeding? Druk dan op de prikplaats en contacteer je huisarts of de dienst Thorax- en Vaatheelkunde.

Carotis endarterectomie

  • De arts sluit de wonde met een onderhuidse draad. Die lost vanzelf op en moet niet verwijderd worden. Als de wonde niet meer lekt of bloedt, mag je ze onbedekt laten.
  • Wees de eerste weken voorzichtig bij het wassen en scheren. Rond de wonde kan je tijdelijk wat minder gevoel hebben.
  • Het litteken kan in het begin wat verdikt zijn. Dat verbetert na verloop van tijd.
  • Bescherm het litteken de eerste zes maanden goed tegen de zon voor een optimale wondheling.

Naar huis

Bij je ontslag uit het ziekenhuis krijgt je een afspraak mee voor een controleraadpleging 3 à 4 weken na de ingreep, een brief voor de huisarts en een medicatieschema.

Voor deze controleraadpleging krijg je nog een echografie die de bloeddoorstroming in de slagaders weergeeft.

In het medicatieschema worden altijd één of meerdere bloedverdunners (aspirine) en een statine opgenomen. Het is belangrijk dat je je medicijnen inneemt volgens het voorgeschreven schema.

Patiënten die een beroerte hebben gehad, worden ook opgevolgd in het Beroertecentrum. Je krijgt hiervoor een afspraak op de dienst Neurologie bij je ontslag uit het ziekenhuis.

Advies

Medicatie

Bij slagaderverkalking raden artsen meestal aan om levenslang een geneesmiddel dat klonters helpt voorkomen (plaatjesremmer), zoals een lage dosis aspirine, en een cholesterolverlager te nemen. De bloeddruk blijft het best lager dan 140/80 mmHg. De dienst Thorax- en Vaatheelkunde en de huisarts volgen dit verder op.

Autorijden

Je mag niet met de wagen rijden tot je volgende raadpleging of tot de neuroloog zegt dat het terug kan.

Levensstijl

Een gezonde levensstijl helpt om de bloedvaten zo goed mogelijk te beschermen.

  • Rook niet.
  • Beweeg voldoende.
  • Eet gezond.

Probeer een gezond gewicht te behouden.

Contact

Secretariaat Thorax- en Vaatheelkunde

sec.heelkunde@stlucas.be

050 36 51 10

Route C 054 - gelijkvloers