Ooglidcorrectie
Voelen je oogleden zwaar aan? Bedekken ze je wimpers? Of heb je het gevoel dat oogcrème weinig effect heeft op je wallen? Dan kan een bovenste of onderste ooglidcorrectie of blepharoplastie de oplossing zijn. Deze infopagina vat de belangrijkste aspecten van deze chirurgische ingreep samen.
Mogelijke combinaties met andere ingrepen
De ingreep
Naarmate je ouder wordt, vermindert de elasticiteit van de huid rond de ogen. Dit zorgt voor meer plooien en rimpels in de huid van het bovenste ooglid. Bij het onderste ooglid is het mogelijk dat de huid minder stevig wordt, wallen vertoont of doorhangt. Via een ooglidcorrectie boven of onder kunnen we dit corrigeren.
Bij een bovenste ooglidcorrectie nemen we een deel van deze huid weg. Daarnaast gaan we na of het vet onder de oogkringspier de neiging heeft om naar buiten te stulpen, gezien dit ook een vermoeide indruk geeft. Indien nodig nemen we een deel van deze vetzakjes weg en schroeien we de bloedvaatjes dicht. De wonde wordt onderhuids genaaid met een zeer fijne draad.
Bij een onderste ooglidcorrectie maken we een insnede onder de wimpers en zoeken we het vet op dat de wallen veroorzaakt. Indien nodig wordt dit vetweefsel weggesneden of uitgespreid. Vervolgens wordt de oogkringspier ter ondersteuning opgehecht. Eventueel wordt ook de ooglidrand zelf aangespannen. De overblijvende huid in surplus snijden we dan weg. De insnede wordt onderhuids genaaid met een zeer fijne draad.
De verdoving
De ingreep gebeurt onder lokale verdoving. De vloeistof wordt met een zeer fijn naaldje rond de oogleden ingespoten.
De periode na de ingreep
Deze ingreep is niet belastend. Je mag een uur na de ingreep het ziekenhuis verlaten en draagt geen verbanden.
De oogleden zullen de eerste vier dagen bij een bovenste ooglidcorrectie en zeven dagen bij een onderste ooglidcorrectie wat gezwollen zijn. Er kan een discrete blauwverkleuring ontstaan. Het is aangewezen om de eerste week geen belangrijke sociale activiteiten te plannen.
Eén week na de ingreep verwijderen we de hechtingsdraadjes. Vanaf dan mag je terug make-up en oogschaduw dragen.
In principe veroorzaakt deze ingreep weinig pijn, zelfs als de plaatselijke verdoving is uitgewerkt. Als je toch pijn hebt, kan je paracetamol (bv. Dafalgan) innemen.
Het uiteindelijke resultaat kan je pas na drie maanden evalueren. Tot die tijd zal er steeds wat zwelling van het ooglid blijven bestaan, vooral ’s morgens.
Mogelijke verwikkelingen
Een bovenste blepharoplastie is een kleine chirurgische ingreep die weinig risico’s inhoudt. Soms vormt er zich een wat meer uitgesproken blauwe plek, maar dat is zeer uitzonderlijk.
Ook een onderste blepharoplastie is een relatief beperkte chirurgische ingreep die weinig risico’s inhoudt. Soms ontstaan zwellingen en verkleuring van het oog (chemosis). Dit kan je met een zalf behandelen. Hou er rekening mee dat er een bloeding kan optreden. Bij een klein percentage kan dit leiden tot een nieuwe ingreep. Een andere verwikkeling is het ontstaan van een ectropion, waarbij de onderste ooglidrand wat uitzakt. In sommige gevallen zal dit spontaan verdwijnen, in andere is een canthopexie of ophanging van de ooglidrand nodig. We kunnen dit voorkomen door deze canthopexie tegelijk met de blepharoplastie uit te voeren.
Tips voor een betere genezing
Verschillende studies tonen aan dat roken de kans op complicaties vergroot. Daarom is het uitermate belangrijk dat je niet rookt vanaf vier weken voor de ingreep tot twee weken erna. En bij voorkeur nooit meer.
Ook rood vlees wordt afgeraden. Het hoge omega 6-gehalte kan zorgen voor langer aanhoudende pijn en zwelling. Kies voor en na de ingreep zoveel mogelijk voor maaltijden met vis, olijfolie, lijnzaadolie, groenten en noten.
Mogelijke combinaties met andere ingrepen
Om een frisse open blik te creëren, is het soms nodig om zowel een bovenste als een onderste ooglidcorrectie in te plannen, en/of te combineren met een wenkbrauwlift. Je chirurg kan hierover meer informatie geven.