Handhygiëne
Op onze handen zitten miljoenen microben. De meeste zijn onschuldig, maar sommige kunnen ons ziek maken. Via de handen kunnen deze ziektekiemen zich gemakkelijk verspreiden. Je kan via jouw handen kiemen doorgeven aan anderen, maar je kan ook zelf ziek worden als je besmette handen in contact komen met neus, mond of ogen. Goede handhygiëne beschermt dus zowel anderen als jezelf.
Zorgverleners reinigen of ontsmetten daarom hun handen vóór en na elk patiëntencontact. Aarzel niet om zorgverleners eraan te herinneren hun handen te ontsmetten.
Ook jij als patiënt kan meehelpen:
- Was of ontsmet je handen regelmatig. Doe dit zeker na toiletgebruik, voor het eten en bij zichtbaar vuile handen.
- Wrijf niet in je neus of ogen.
- Ben je verkouden? Gebruik steeds een nieuwe papieren zakdoek om je neus te snuiten en gooi die weg in een vuilnisbak. Geen zakdoek? Hoest of nies in je elleboogholte.
- Draag een mondmasker bij klachten zoals een verkoudheid of keelpijn.
Handen wassen
| Bevochtig je handen. | ![]() |
| Neem zeep. | ![]() |
| Zeep je handen in. | ![]() |
| Wrijf je vingertoppen en de beide zijdes van de handen in. | ![]() |
| Wrijf je duimen in met draaiende beweging. | ![]() |
| Wrijf je polsen in met draaiende beweging. | ![]() |
| Spoel je handen af. | ![]() |
| Droog je handen zorgvuldig met een papieren doekje. | ![]() |
| Sluit de kraan met een vers doekje. | ![]() |







