Doorligwonden

Een doorligwonde is schade aan de huid en het onderliggende weefsel door langdurige druk of schuifkracht. Door druk en schuifkracht worden bloedvaten dichtgedrukt. Daardoor krijgt het weefsel te weinig zuurstof en kan een wonde ontstaan. Dit heet een doorligwonde, drukletsel of decubitus.

Een doorligwonde start meestal met een pijnlijke rode plek op de huid. Afhankelijk van de ernst en de plaats kan ook een blaar, ontvelling, wonde of paarse, zwarte of bruine verkleuring ontstaan.

Doorligwonden komen vooral voor op plaatsen waar het bot dicht onder de huid ligt. De meest voorkomende drukplaatsen zijn het zitvlak en de hielen, maar ook andere plaatsen zijn mogelijk.

Wie heeft een risico op doorligwonden?

Mensen met:

  • verminderde mobiliteit
  • weinig of geen pijngevoel
  • onvoldoende voedsel- of vochtinname
  • incontinentie

Hoe doorligwonden voorkomen?

Verander regelmatig van houding

  • Verander minstens elke 2 tot 4 uur van houding. Let erop dat je niet onderuitglijdt of schuinzakt, zowel in bed als in de zetel. Kussens kunnen hierbij helpen. Meld ongemak of pijn.
  • Goede houdingen in bed zijn de 30° rugligging en 30° zijligging. Dan zijn de druk- en schuifkrachten het laagst.
  • Een goede houding in de zetel is achterover leunend, met de voeten hangend over een bankje. Laat de hielen niet steunen om druk te vermijden. 
  • Zorg voor een effen ondergrond, zonder plooien, kruimels of ander materiaal.
  • Stop lakens of dekens niet strak in over de voeten. Gebruik liever een donsdeken.
  • Hulpmiddelen voor mensen met een risico op decubitus:
    • Antidecubitusmatras
    • Drukverlagend zitkussen
    • Kussen voor zwevende hielen

Controleer en verzorg de huid

Controleer de huid op drukplaatsen dagelijks en houd de huid gezond. Houd de huid droog, zeker bij zweten of incontinentie. Eet en drink voldoende en gevarieerd.

Wat als er toch een doorligwonde ontstaat?

Soms kan een doorligwonde niet voorkomen worden. In dat geval geeft de arts of verpleegkundige de nodige zorg om de wonde te laten genezen.

  • Blijf de maatregelen om doorligwonden te voorkomen ook tijdens de behandeling toepassen.
  • Vermijd zo veel mogelijk zitten of liggen op een wonde of een zone met blijvende roodheid.
  • Laat een open wonde verzorgen.

Wat zorgt voor een risico op doorligwonden?

  • Verminderde mobiliteit
  • Pijn niet kunnen voelen of benoemen
  • Ziekte
  • Incontinentie

Heb je vragen?

Zijn er na ontslag uit het ziekenhuis nog maatregelen nodig?

Vraag advies aan de verpleegkundigen en artsen van de verpleegeenheid. Thuis kunnen ook de huisarts of thuisverpleegkundige hierover advies geven.