Niertransplantatie
Bij een niertransplantatie wordt een gezonde nier van een donor in je lichaam geplaatst. Die neemt de taken van je eigen nieren deels of volledig over.
Donornier
Een transplantatie is enkel mogelijk als het weefseltype van de donor overeenkomt met dat van de ontvanger. Via een bloedonderzoek kijken we of de donornier een match is met het lichaam van de ontvanger.
Een transplantnier is afkomstig van een overleden donor, maar ook een levende donor is mogelijk, omdat het lichaam ook met één nier goed kan functioneren. Een levende donor kan een bloedverwant zoals een ouder, broer of zus zijn, of een emotionele verwant zoals een partner, vriend of vriendin.
Voor- en nadelen
Dankzij de donornier zal je nierfunctie verbeteren en nemen de klachten van nierfalen af. Na een geslaagde niertransplantatie heb je geen dialyse meer nodig. Wel kunnen er tijdens of na de operatie complicaties optreden. Bovendien moet je levenslang medicatie nemen zodat je lichaam de donornier niet afstoot.
Wachtlijst
Om op de wachtlijst voor een niertransplantatie te komen, doorloop je een reeks voorbereidende onderzoeken. We onderzoeken alle orgaansystemen om problemen op te sporen die we vóór de transplantatie moeten behandelen, of die een transplantatie in de weg staan. Deze onderzoeken gebeuren meestal in het ziekenhuis waar je dialyse plaatsvindt.
De wachttijd voor een donornier verschilt. Er zijn niet genoeg niet-levende donornieren voor iedereen die een transplantatie nodig heeft. Het is mogelijk dat je lang op de wachtlijst staat.
Zorg dat je altijd telefonisch bereikbaar bent en dat je binnen drie uur in het transplantcentrum aanwezig kan zijn als je opgeroepen wordt.
Wachttijd is doe-tijd. Tijdens de wachttijd bereid je je zo goed mogelijk voor op een mogelijke transplantatie. Het is belangrijk dat je fit en gezond bent voor de operatie en de behandeling nadien. Zorg dat je lichaam in goede conditie is.
Ons multidisciplinair team met onder meer kinesitherapeuten, psychologen, diëtisten en maatschappelijk assistenten, biedt hiervoor een extra programma aan, het zorgpad (P)rehabilitatie. Meer informatie hierover kan je vragen bij de verpleegkundigen van het Dialysecentrum.
De ingreep zelf
De transplantatie gaat door in een universitair ziekenhuis. Na enkele extra onderzoeken geeft de verantwoordelijke arts van het transplantatieteam toestemming voor de transplantatie.
Een niertransplantatie duurt enkele uren. De arts plaatst de nieuwe nier laag in de buik. Je eigen nieren worden meestal niet verwijderd.

Na de operatie word je strikt opgevolgd. Houd er rekening mee dat je enkele dagen in het universitaire ziekenhuis zult verblijven. De eerste drie maanden na de operatie gebeurt de opvolging in het transplantatiecentrum en ga je enkele keren per week op consultatie. Daarna volgt je vaste arts je opnieuw op.
Immunosuppressieve medicatie
Immunosuppressieve medicatie of medicatie tegen afstoting zorgt ervoor dat je lichaam de getransplanteerde nier niet afstoot. Bij afstoting valt je afweersysteem de nier aan waardoor het orgaan beschadigd raakt.
Om de kans op afstoten te verkleinen wordt je afweersysteem onderdrukt. Hiervoor zal je je hele leven medicatie moeten innemen.
Als er toch een afstotingsreactie optreedt, moet die zo snel mogelijk behandeld worden. Als dat niet gebeurt, kan de donornier onherstelbaar beschadigd raken.
Als je koorts krijgt, neem dan onmiddellijk contact op met je arts of het transplantatiecentrum.
Het nadeel van immunosuppressieve medicatie is dat je afweersysteem minder hard werkt en je sneller ziek kan worden. Daarom bescherm je jezelf best preventief tegen ziekten van buitenaf. Volg bijvoorbeeld de richtlijnen over vaccinatie strikt op.
Heb je vragen?
Verpleegkundige Dialysecentrum