|
|
|
| kinder- en jeugdpsychiatrie | |
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
een ambulante werking (raadpleging) |
|
|
een residentiële afdeling (opnamedienst) |
|
|
een Mobiel K-team (psychiatrische thuiszorg) |
|
|
een liaisonwerking (consultfunctie naar pediatrie toe) |
K-paviljoen
|
|
Dr. Emmanuël Nelis, kinder- en jeugdpsychiater |
|
|
Marc Willems, orthopedagoog |
Voor alle inlichtingen en afspraken: 050 36 98 39 (elke werkdag tussen 9 en 12 uur)
De raadplegingen worden verzorgd door een kinder- en jeugdpsychiater en een orthopedagoog, en gebeuren enkel na afspraak. De voornaamste doelstellingen zijn: kinderpsychiatrisch en psychodiagnostisch onderzoek, kortdurende therapeutische ondersteuning en medicamenteuze opvolging.
Afdeling C1
Leeftijd 3 - 11 jaar:
|
|
dr. Jo Wieme, kinder- en jeugdpsychiater |
|
|
of Marie Deboutte, orthopedagoge (050 36 91 92) |
Leeftijd 12 - 14 jaar:
|
|
dr. Emmanuël Nelis, kinder- en jeugdpsychiater (050 36 99 07) |
|
|
of Els Legroe, psychologe (050 36 91 91) |
Leeftijd 15 - 18 jaar:
|
|
dr. Emmanuël Nelis, kinder- en jeugdpsychiater (050 36 99 07) |
|
|
of Hans De Baene, psycholoog (050 36 91 93) |
De hoofdverpleegkundige van de afdeling is Rik Flecy (050 36 91 99). Het algemeen telefoonnummer van de dienst is 050 36 91 90.
Op verwijzing
De meeste kinderen/jongeren en hun gezinnen worden naar de
opnameafdeling verwezen door een hulpverlener die het kind/de jongere al
kent. De verwijzer blijft een centrale figuur voor het kind en/of zijn
gezin doorheen het proces van de opname. Samen wordt er gezocht naar
haalbare verwachtingen en wordt een toekomstperspectief voorgesteld.
Ouders (of vervangende opvoedingsfiguren) hebben een sleutelrol voor een
opname. Telkens gaat een voorbereiding door met ouders en kind op de
dienst.
Crisisopnames en observatieopnames
Er zijn 2 soorten opnames: een observatieopname of een crisisopname met beperkte doelstellingen.
Als de groepssamenstelling en de opnamecapaciteit het toelaten, kan
een crisisopname na voorbereiding gepland worden. Deze duurt
ongeveer 1 week.
De voorbereiding houdt voornamelijk voorafgaand overleg in met de
verschillende betrokken partijen. Een crisisopname biedt een korte
time-out, rustpauze, aan het kind of de jongere. In nauw overleg met de
context (gezin, instelling, school, andere hulpverleners) wordt er
gezocht naar oplossingen op korte termijn. Mogelijk kan dit ook een
planning voor een observatieopname inhouden. De beperkingen van de
dienst (bv. aantal beschikbare bedden) maken dat een crisisopname niet
altijd kan doorgaan.
Een observatieopname wordt gepland voor 6 weken.
Opname kan enkel na een intakegesprek met de kinder- en
jeugdpsychiater of eventueel met de teamcoördinator van de betreffende
leefgroep. Het is aangewezen dat de verwijzer meekomt naar het
intakegesprek. Tijdens het intakegesprek wordt er gezocht naar haalbare
en realistische diagnostische en behandelingsdoeleinden. De betekenis
van een opnamevraag wordt geëvalueerd. De eigen vraag van familie en
kind/jongere vormt een belangrijk uitgangspunt. De beperkingen van de
dienst maken dat er soms een wachttijd voor opname bestaat.
Werking
De basis van een opname is de therapeutische leefgroepwerking. Er zijn 3 leefgroepen die gevormd worden op basis van leeftijd en mentaal niveau van de patiënten. Binnen een voorspelbaar kader biedt de leefgroep een aantal groepsactiviteiten aan, naast individuele momenten. De leefgroepwerking legt vooral het accent op:
|
|
bieden van veiligheid en structuur |
|
|
mogelijk maken om ervaringen op te doen, om te experimenteren |
|
|
een spiegel kunnen vormen voor het gedrag en de belevingen van de kinderen en jongeren |
|
|
samenwerken met de context van het kind. |
Hiernaast is er ook een multidisciplinair diagnostisch en therapeutisch aanbod:
|
|
ergotherapie |
|
|
psychomotorisch onderzoek en therapie |
|
|
psychodiagnostisch onderzoek en psychotherapie |
|
|
kinderpsychiatrisch onderzoek |
|
|
specifiek medisch en neurologisch onderzoek op indicatie |
|
|
logopedisch onderzoek en logopedische ondersteuning op indicatie |
|
|
wekelijkse oudergesprekken bij de kinder- en jeugdpsychiater of de teamcoördinator |
|
|
beperkte schoolse begeleiding |
|
|
frequente contacten met verwijzers en omgeving. |
Op woensdagnamiddag en in het weekend kunnen de kinderen/jongeren bezoek ontvangen op de afdeling, of op bezoek gaan naar huis.
Overleg met ouders, andere hulpverleners en verwijzers wordt doorheen het hele verloop van een opname als zeer verrijkend beschouwd. Er wordt vanuit onze dienst voornamelijk een samenwerkingsmodel gepropageerd, eerder dan een kind of jongere over te nemen en er exclusief mee te werken.
Tijdens een crisisopname of een observatieopname wordt er geen school gelopen. Er is wel een beperkte schoolse begeleiding via klasmomenten op de dienst. De leerkrachten op de dienst stemmen hun schoolse aanbod af op de informatie van de thuisschool.
Afronding
Na 6 weken volgt een teambespreking waar betekenisvolle hulpverleners en verwijzers op uitgenodigd worden. Na deze bespreking en na het adviesgesprek met de ouders kan een opname verlengd worden (steeds per 6 weken) of beëindigd worden.
K-paviljoen
|
|
Dr. Lien Keirse, kinder- en jeugdpsychiater |
|
|
Wannes Vandenbussche, psycholoog |
|
|
Hilde Buseyne, psychiatrisch verpleegkundige |
|
|
Isabel Gydé, psychiatrisch verpleegkundige |
Telefoon: 050 36 97 30 of 0477 89 35 92
Het Mobiel K-team is opgericht in het kader van een pilootproject van de federale overheid. Het Mobiel K-team biedt psychiatrische thuiszorg aan kinderen en jongeren, op verwijzing, na een minimale diagnostische fase (uitgevoerd op de eigen dienst of in een ander centrum in de regio). Het bijkomende nut van de thuiszorgformule moet aantoonbaar zijn: vanuit specifieke moeilijkheden qua afstemming, vanuit het bijzondere van de stoornis van de patiënt, of vanuit eerdere ervaringen in de (residentiële of ambulante) psychiatrische hulpverlening.
Het kind/de jongere (en het gezin) blijft in de vertrouwde situatie (thuis, MPI, instelling). Er gebeurt een eerste kennismakingsgesprek op de dienst (liefst in aanwezigheid van de verwijzer); na deze intake komt de hulpverlener ter plaatse en kan zo zijn aanbod fijner afstemmen op de kenmerken van de patiënt en zijn dagelijkse omgeving.
Het behandelingsplan richt zich naar 3 doelstellingen:
|
|
ondersteunen van de competenties en het eigen probleemoplossend vermogen van het gezin (of de instelling) |
|
|
aanbieden van behandelingselementen, ingepast in de thuiscontext (gedragstherapeutisch/systeemtheoretisch geïnspireerd) en opvolgen van het medicatiebeleid |
|
|
helpen afstemmen van de aanpak en de verwachtingen van de thuiscontext op de reële ontwikkelingsmogelijkheden en -beperkingen van het kind/de jongere. |
De concrete doelstellingen, het verloop van de begeleiding en de samenwerking worden op regelmatige basis (twee- à driemaandelijks) geëvalueerd door het gezin en het team, liefst samen met de verwijzer of met andere betrokken behandelings- of begeleidingspartners. We streven naar een tijdige en voorbereide verwijzing naar andere voorzieningen (bv. ambulante centra …) als dit nodig blijkt.
Het team is werkzaam binnen de provincie West-Vlaanderen.
Afdeling pediatrie
Nele Colaert, klinisch psychologe/coördinator liaison (050 36 97 56)
De liaisonpsychologe is verbonden aan de afdeling pediatrie en vervult tevens een brugfunctie naar de dienst kinder- en jeugdpsychiatrie. Er is een nauwe samenwerking met de ambulante raadpleging kinder- en jeugdpsychiatrie.
De pediaters verwijzen kinderen en jongeren en hun ouders vanuit de raadpleging of de opnameafdeling pediatrie door naar de liaisonpsychologe voor psychodiagnostiek en behandeling. Bedoeling is een geïntegreerde multidisciplinaire aanpak te bieden aan het kind en zijn gezin vanuit een bio-psychosociaal model.
Probleemstellingen zijn onder meer: ontwikkelingsproblemen bij jonge kinderen, afstemmingsproblemen tussen ouders en het jonge kind, regulatieproblemen, voedingsproblemen, slaapproblemen, zindelijkheidsproblemen, opvoedingsproblemen, psychosomatische klachten, verwerking van chronische ziekte, emotionele problemen …
Ook andere ziekenhuisartsen kunnen een beroep doen op de liaisonpsychologe. Zo is er een nauwe samenwerking met de kinderuroloog, zowel ambulant als via opname, in de kinderplasschool AZ Sint-Lucas Brugge.
De interventies van de psychologe zijn gericht op diagnostische inschatting, kortdurende oplossingsgerichte interventies, afstemming op het netwerk en oriëntering.
De liaisonfunctie vormt een brug tussen de somatische hulpverlening enerzijds en de kinderpsychiatrische en psychosociale hulpverlening anderzijds. De liaisonpsychologe neemt deel aan het teamoverleg van de ambulante raadpleging kinder- en jeugdpsychiatrie en kan daar het advies inwinnen van de kinderpsychiater, doorverwijzen naar de ambulante kinderpsychiatrische raadpleging of naar de opnameafdeling kinderpsychiatrie. De liaisonpsychologe wordt ook voor een beperkt deel ingeschakeld in de raadpleging kinder- en jeugdpsychiatrie.
Naast de patiëntgerichte activiteiten is de liaisonpsychologe mee betrokken bij het ontwikkelen van een therapeutisch en kindvriendelijk leefklimaat op de afdeling pediatrie en staat ze mee in voor de ondersteuning en de vorming van het team van de afdeling pediatrie.
|
|
In september 1981 ging de dienst kinder- en jeugdpsychiatrie in AZ Sint-Lucas Brugge van start, toen Medisch Opvoedkundige Kliniek genaamd. Dr. Romain Vienne en de medewerkers van het eerste uur startten een vernieuwend project. |
|
|
In 1985 werd het K-paviljoen in gebruik genomen. Dit maakte een ambulante werking mogelijk die nog steeds op deze plaats actief is. Het bood tevens een tuin met openluchtactiviteiten en specifieke therapeutische lokalen en werklokalen: een klaslokaal, een ergotherapieatelier, een zaal voor psychomotoriek en polyvalente ruimtes. |
|
|
In 1991 werd het 10-jarige bestaan van de dienst gevierd met een studiedag in Blankenberge op 6 december. De titel luidde ‘Houvast en ruimte’ en ging over het evenwicht tussen structuur en empathie in de hulpverlening. |
|
|
In 1995 nam dr. Vienne afscheid van de dienst. Dr. Emmanuël Nelis volgde dr. Vienne op als diensthoofd. Dr. Els Goossens was op de dienst werkzaam als kinder- en jeugdpsychiater van 1999 tot eind 2008; dr. Geert Everaert was er werkzaam van 2003 tot 2005. |
|
|
Bij de viering van het 20-jarige bestaan van de dienst werd op 25 april 2001 een boek voorgesteld: ‘Houvastdoos en Bouwstenenschrift. Creatieve ergotherapie in de kinder- en jeugdpsychotherapie’. Het boek is van de hand van Martine Vandevelde, ergotherapeute op de dienst, en dr. Emmanuël Nelis. Het is uitgegeven bij Garant, Leuven/Apeldoorn (ISBN-nr. 90-441-1117-5). |
|
|
Op 6 december 2001 ging naar aanleiding van het 20-jarige bestaan van de dienst een studiedag door in Blankenberge, met als titel ‘Diagnostiek: kennis of kunst?’. Deze studiedag ging over de verschillende aspecten van de kinderpsychiatrische diagnostiek. |
|
|
In maart 2003 kon het Mobiel K-team z’n werking opstarten vanuit een pilootproject dat door de overheid uitgeschreven werd. Het team biedt psychiatrische zorg aan kinderen en jongeren via bezoeken aan huis, op school of in het MPI. |
|
|
In augustus 2004 werd de ambulante werking uitgebreid met een orthopedagoog. De ambulante werking richt zich op psychodiagnostisch onderzoek, kortdurende therapie en medicamenteuze opvolging. Deze ontwikkeling op het ambulante terrein verloopt in afstemming met het CGGZ Noord-West-Vlaanderen. Vanuit de raadpleging werden psycho-educatieve ouderleergroepen opgestart voor ouders van basisschoolkinderen met ADHD en voor ouders van kinderen en jongeren met autisme. De oudercursus ADHD wordt ingericht in samenwerking met het CGG Noord-West-Vlaanderen. |
|
|
Naar aanleiding van het 25-jarige jubileum van de dienst werd er op 1 december 2006 opnieuw een studiedag georganiseerd in Blankenberge onder het thema ‘Empowerment in de geestelijke gezondheidszorg voor kinderen en jongeren’. ‘Empowerment’ van de patiënt werd er naar voren gebracht als een centraal leitmotiv in ons begeleidings- en behandelingswerk op de dienst. |
|
|
Naast het ‘empowerment’-idee vinden we ook het ontwikkelen van netwerken in de geestelijke gezondheidszorg erg belangrijk. De dienst speelt hierin vaak een voortrekkersrol in de regio en de provincie. Zo zijn we van meet af aan sterk geëngageerd geweest in het provinciale kwaliteitsproject rond ADHD met partners uit de geestelijke gezondheidszorg voor kinderen en jongeren: de kinderpsychiatrische diensten, de centra geestelijke gezondheidszorg en de revalidatiecentra. Het kwaliteitsproject werd ondersteund vanuit het Overlegplatform Geestelijke Gezondheidszorg. Er werd een model ontwikkeld voor de organisatie van de ADHD-zorg in de provincie: het Drietrapsmodel ADHD. De doelstellingen: de uitbouw van een evidence-based en voor de buitenwereld doorzichtige ADHD-zorg voor kinderen en jongeren. Samen met 7 andere ADHD-projecten in Vlaanderen werd het ‘Drietrapsmodel ADHD’ in 2007 geselecteerd en ondersteund door de Koning Boudewijnstichting. |
|
|
De dienst besteedt ook veel aandacht aan de samenwerking met de huisartsen. Samen met de regionale partners wordt er jaarlijks een huisartsensymposium georganiseerd rond een thema uit de kinder- en jeugdpsychiatrie. In samenwerking met de huisartsenkringen HABO en WEMEHAK en met de regionale GGZ-partners kwam in 2005 de flyer voor huisartsen tot stand, die een leidraad wil zijn voor huisartsen in de detectie van ADHD en de medicatieopvolging. In 2009 is deze flyer al aan zijn derde editie toe. Mede dankzij het provinciale overleg ‘Drietrapsmodel ADHD’ wordt deze flyer nu ook door huisartsen in andere regio’s van de provincie gebruikt. |
|
|
Eind 2008 nam het ziekenhuis een voltijdse klinisch psycholoog in dienst voor de liaisonwerking pediatrie - kinder- en jeugdpsychiatrie. Deze functie werd voordien in beperkte mate uitgeoefend door de orthopedagoog van de raadpleging. De liaisonpsycholoog is in eerste instantie werkzaam op de dienst pediatrie en heeft ook een nauwe band met de dienst kinder- en jeugdpsychiatrie. |
|
|
Op 1 oktober 2009 is de samenwerking KAS (= Kinder- en jeugdpsychiatrische Afdelingen Samen in Brugge) van start gegaan. De kinderpsychiaters van AZ Sint-Lucas Brugge en van AZ Sint-Jan Brugge-Oostende AV startten een onderlinge associatie waarbij ze hun activiteit in beide ziekenhuizen samen organiseren. Dit gaat gepaard met een herschikking van de activiteit:
Vanaf de zomer 2010 zal dr. Dries Dewulf de associatie vervoegen. |
© 2009 AZ Sint-Lucas Brugge