
Info > Latexallergie in het ziekenhuis
1 Waarover gaat het ?
Er
bestaat nogal wat verwarring zowel over het begrip 'latex' als over de
term 'allergie'.
Latex
Latex is
een natuurlijk product, afkomstig van de rubberboom (Hevea brasiliensis)
en wordt gebruikt als grondstof voor 'natuurlijke rubbers', o.a. 'natural
rubber latex products' (NRL).
Er zijn
ook synthetische rubbers. Dit zijn combinaties van 'plastic' polymeren.
Allergische reacties op synthetische rubbers zijn zeldzaam. Deze worden
hier niet besproken.
Allergietypes op latex
We
onderscheiden een traag en een onmiddellijk opkomende vorm van allergie,
die afzonderlijk of tegelijk kunnen optreden.
De traag
opkomende cellulaire allergie (type IV-allergie) uit zich voornamelijk
door een eczeem op de contactplaatsen. Dit contacteczeem wordt
veroorzaakt door de rubberadditieven die tijdens het productieproces
toegevoegd worden en niet door het latexmateriaal zelf. De preventie
bestaat in het kiezen van een product geproduceerd met een ander
additief, zonder daarom latex in zijn geheel weg te laten.
De
onmiddellijk opkomende IgE-gemedieerde allergie (type I-allergie) richt
zich tegen de 'latexeiwitten' die van nature uit in het latexsap
voorkomen. Deze eigenlijke latexallergie kan allerlei symptomen geven (zie
punt 3). Overschakeling naar latexvrije producten is hier absoluut
noodzakelijk.
'Natuurlijke
rubbers' vinden we terug in diverse producten: handschoenen, ballonnen,
condooms, latexmatrassen, kussens, binnenbanden, kleding (stretch,
jeans, sportkledij, bh's, slipjes, nylonkousen, zwempakken,
bikini's,...), tubigrip, pampers (elastiek), maandverbanden met
kleefstroken, trousses, spuiten, stethoscoop, bloeddrukmeters,
urinelatexsondes, sommige zelfklevende verbanden, bruine kleefpleisters,
tapeverbanden, mondmaskers met elastiek, aanzetstuk t.h.v. oog van
videocamera,...
In deze eindproducten vindt men een hoog eiwitgehalte.
2 Bij wie komt het
voor ?
Minder
dan 1 % van de bevolking lijdt aan natural rubber latexallergie type I.
Er zijn echter risicogroepen waarbij dit type latexallergie frequenter
voorkomt. Het betreft personen die veel contact hebben met NRL-producten:
gezondheidswerkers, mensen die multipele operaties ondergaan (spina
bifida-patiënten, urologische en neurologische patiënten), en arbeiders
die latexhoudende producten produceren. Ook een ficusplant kan een
reactie uitlokken. Van de geassocieerde voedingsallergieën zijn banaan,
kiwi, noten, kastanjes en avocado de meest voorkomende.
3
Symptomen en diagnose van natural rubber latexallergie type I
Symptomen
De
symptomen kunnen zeer uiteenlopend zijn, zowel in aard als in ernst.
Urticaria of netelroos, loopneus, tranende ogen, kortademigheid, maag-
en darmklachten en algemene symptomen met bloeddrukdaling tot zelfs
anafylactische shock zijn mogelijk.
De symptomen ontstaan snel na rechtstreeks contact of verspreiding via
de lucht van latexpartikels, vastgehecht op het talkpoeder, en zijn van
voorbijgaande aard (max. 2 uur). Soms zijn ze zeer discreet. 30 % zou
zich niet bewust zijn van het probleem.
Ernstige
algemene symptomen (anafylactische shock) zijn vooral tijdens een
operatief ingrijpen te vrezen. Slijmvliescontact is echter ook
gevaarlijk, daarbij denken we aan contact met mond en genitalia. Let op
bij consultatie bij huisarts, tandarts, gynaecoloog,...
Diagnose
De
diagnose wordt gesteld aan de hand van specifieke vraagstelling,
klinisch onderzoek en allergietests. We stellen gerichte en specifieke
vragen, zowel naar professionele als naar extraprofessionele
blootstelling. Meestal zijn er geen symptomen op het ogenblik van het
onderzoek. Urticaria (75 %) en chronisch handeczeem (67 %) zijn
mogelijk. Allergietests bevestigen de diagnose:
 |
RAST-tests (bloedonderzoek); |
 |
priktest: zeer gevoelig en zeer specifiek (enkel bij
specialist); |
 |
provocatietests (enkel in ziekenhuismilieu) zijn af te raden.
|
4 Beter voorkomen dan
genezen !
Latexproblematiek in het ziekenhuis is vooral een
'handschoenenproblematiek'. We mogen echter niet uit het oog verliezen
dat latex in diverse medische materialen en instrumentaria aanwezig is (cf.
lijst hierboven).
Het ziekenhuis echter volledig 'latexvrij' maken is een utopie. Ruimten
waar veel latex gebruikt wordt, bevatten latexpartikels in de lucht die
kunnen aanleiding geven tot klachten. De behandeling bestaat in eerste
instantie in het voorkomen van latexallergie.
4.1
Latexhandschoenen mijden bij niet-steriele handelingen.
 |
Overstappen op vinyl.
|
 |
Uitzonderlijk latex gebruiken als bijkomende bescherming bij:
 |
gebruik van glutaaraldehyde; |
 |
gebruik van chemotherapeutica;
|
 |
bij langdurig contact met lichaamsvochten.
|
|
 |
Opgelet: zogenaamde hypoallergene handschoenen zijn niet altijd
latexvrij ! |
4.2
Poedervrije latexhandschoenen systematisch gebruiken in gans het
ziekenhuis.
4.3
Latexhoudende materialen vermijden.
4.4
Bijkomende maatregelen gezien kruisallergie: ficusplanten uit het
ziekenhuis verwijderen.
5 Wat als ik reeds
allergisch ben ?
5.1
Bij patiënten met gekende latexallergie.
 |
Contact
met latex strikt vermijden. |
 |
Concreet betekent dit:
 |
duidelijke vermelding op medisch dossier:
'latexallergie'; |
 |
allergiepasje; |
 |
latexvrije materialen in het operatiekwartier; |
 |
latexvrije materiaalkar: spoedgevallen, intensieve
zorgen, hartbewaking, verloskwartier, radiologie,
dagziekenhuis; |
 |
lijst met latex(vrije) materialen op de afdeling; |
 |
opgelet: kruisreactie met voedingsbestanddelen.
|
|
5.2
Bij personeelsleden met latexallergie.
 |
Doorverwijzing naar preventieadviseur-arbeidsgeneesheer.
|
 |
Informatie door preventieadviseur-arbeidsgeneesheer omtrent
gezondheidsaspecten. |
 |
Iedere
opflakkering in professioneel milieu aan
preventieadviseur-arbeidsgeneesheer melden. |
 |
Overstappen op vinylhandschoenen bij niet-steriele handelingen
en zo nodig latexvrije handschoenen bij steriele handelingen.
|
 |
Ev.
mutatie naar 'latexvrije' werkomgeving. |
 |
Verbod
dragen van gepoederde handschoenen door collega's.
|
 |
Ev.
vraag tot schadeloosstelling indienen bij het Fonds voor de
Beroepsziekten. |
6 Fonds voor de
Beroepsziekten
Latexallergie is een erkende beroepsziekte voor verpleegkundigen en
verzorgenden. De aanvraag tot schadeloosstelling wordt via de
preventieadviseur-arbeidsgeneesheer - en ondertekend door de werkne(e)m(st)er
- ingediend bij het Fonds voor de Beroepsziekten.
De
medisch adviseur van het Fonds voor de Beroepsziekten beslist of de
aanvraag goedgekeurd wordt. Zo ja, dan kan de aanvrager genieten van de
volgende tussenkomsten:
 |
veelal
wordt een percentage BAO (blijvende arbeidsongeschiktheid) van
10 % toegekend bij huidproblemen; |
 |
in
geval van ademhalingsproblemen zijn hogere percentages mogelijk;
|
 |
blijvende preventieve verwijdering kan bij ernstige klachten
voorgesteld worden; |
 |
eventueel gedeeltelijke terugbetaling van latexvrije
handschoenen. |
Aanvraag
tot herziening kan bij verergering van de klachten aangewezen zijn.
|