Ziekenhuishygiëne in AZ Sint-Lucas > Clostridium difficile
De bacterie kan door haar vermogen om sporen te vormen
bijzonder lang overleven in de omgeving en biedt bovendien weerstand
tegen talrijke chemische middelen voor ontsmetting. Zo
is de bacterie bijvoorbeeld ongevoelig voor alcohol en is het wassen van
de handen met water en zeep (bij de gekende gevallen) de boodschap.
Door het vermogen om
langdurig te overleven en het voorkomen van gezonde dragers bij de mens,
gebeurt de overdracht, rechtstreeks van mens tot mens of van omgeving
naar de mens, op een stille maar heel efficiënte manier.
Binnen het ziekenhuis staat de bacterie gekend als
belangrijkste verwekker van diarree tijdens een ziekenhuisverblijf. Het
treft vooral de oudere en de verzwakte patiënt met zware onderliggende
ziekten. Deze diarree wordt uitgelokt door een verstoring van het
evenwicht van bacteriën in de darm. Dit wordt onder meer veroorzaakt
door antibioticagebruik of gebruik van zware medicatie zoals
bijvoorbeeld chemotherapie tegen kanker. De bacterie produceert immers
een chemische stof, toxine genaamd, die in deze omstandigheden het
darmweefsel aantast. Door die aantasting kan de darm niet meer normaal
functioneren en ontstaat diarree.
De laatste jaren werd in de ziekenhuizen een toename
van het aantal gevallen van diarree veroorzaakt door C. difficile
vastgesteld, evenals van de ernst van de ziekte. De stijging in de ernst
van de aandoening heeft te maken met het feit dat bepaalde stammen van
de bacterie (ribotype 027 genaamd) in staat zijn om een speciaal binaire
toxine te produceren dat nog meer weefselschade veroorzaakt. Vanwege
deze evolutie is de registratie van C. difficile in België, die sinds
2006 op vrijwillige basis mogelijk was, sinds 2008 een verplichting
geworden. In 2011 werden de afspraken voor de
registratie herwerkt en de cijfers herberekend. Alhoewel het nut van
deze registratie vrij omstreden blijft, zijn we ervan overtuigd dat het
intern een hulpmiddel voor verbetering kan zijn.
De belangrijkste maatregelen
om het ontstaan van Clostridium difficile-diarree te
verhinderen, zijn
ook hier de
standaardvoorzorgsmaatregelen. Deze voorkomen overdracht via
niet-gekende dragers. Omdat de mensen die diarree hebben, een enorm
aantal micro-organismen achterlaten in de omgeving, wordt
contactisolatie toegepast bij mensen die geïnfecteerd zijn.
In 2011 werd een nieuwe test geïntroduceerd om de
infectie sneller te kunnen vaststellen.
Via de nationale registratie kan het ziekenhuis zijn
incidentiecijfer vergelijken met het nationale gemiddelde. Onder
nosocomiale incidentie verstaat men het aantal gevallen van C.
difficile-infecties verworven in het ziekenhuis per 1000 opnames.
Evolutie van de resultaten
>>
< terug |