|
|
U bent zwanger > Zwangerschapscontrole
Hoe vaak?
Door wie?
Wat wordt nagekeken?
Alarmsymptomen waarvoor u uw huisarts of uw gynaecoloog steeds moet
contacteren
U komt gewoonlijk 1 keer per maand op consultatie.
Vanaf 28-30 weken komt u om de 2 tot 3 weken. Na 36 weken komt u
tweewekelijks of wekelijks op controle.
Door uw huisarts of uw gynaecoloog. De opvolging van de
zwangerschap kan gezamenlijk gebeuren door uw huisarts en
uw gynaecoloog. Hiervoor is het
moederboekje een nuttig instrument.
 |
Vraaggesprek door de arts. |
 |
Lichaamsgewicht. |
 |
Urinestaal: het is nuttig dat u van thuis een
potje met urine meebrengt zodat dit nagekeken kan worden op
aanwezigheid van suiker of eiwit. |
 |
Bloeddruk en polsslag. |
 |
Grootte van de baarmoeder en ligging van de
baby. |
 |
Hartslag van de baby. |
 |
Vaginaal onderzoek om te kijken of er al
verweking of ontsluiting van de baarmoederhals is. |
Alarmsymptomen waarvoor u uw huisarts of uw gynaecoloog steeds moet
contacteren
 |
Ongeacht de zwangerschapsduur:
 |
U bent ziek: zeker
als u meer dan 38° koorts hebt. |
 |
U moet zo vaak braken
dat u geen voedsel meer binnenhoudt. |
 |
U hebt bloedverlies. |
 |
U hebt plots hevige
buikpijn of u hebt geregeld buikpijn. |
 |
U hebt last bij het
plassen (branderig gevoel, pijn). |
 |
U hebt last van
lichtflitsen voor de ogen, hevige maagpijn of hoofdpijn. |
|
 |
Bij een zwangerschapsduur van
minstens 20 weken:
 |
U hebt vaginaal
bloedverlies. |
 |
U hebt vochtverlies. |
 |
U hebt een pijnlijke
harde buik of u hebt geregeld pijnlijke opspanningen. |
 |
U hebt last van
lichtflitsen voor de ogen, hevige maagpijn of hoofdpijn. |
 |
De baby beweegt
duidelijk minder dan normaal.
|
|
|
|
|