moeder-kindzorg
zwangerschap
 
Contact: secretariaat gynaecologie
 
Locatie: verdieping 0 (volg route  D  076)
 
Tel.: 050 36 50 80
 
Fax: 050 36 50 83
 

E-mail: --

 
Bereikbaarheid ziekenhuis
 


U bent zwanger > Prenatale onderzoeken

Echografie
Bloedafnames
Cardiotocografie

Echografie

Inleiding

De meeste kinderen zijn bij de geboorte gezond. Bij 3 tot 5 % van alle pasgeborenen wordt echter een aangeboren afwijking vastgesteld. Een aantal van deze afwijkingen kan met behulp van uitgebreid echografisch onderzoek al tijdens de zwangerschap opgespoord worden.

Echografie tussen 6-12 weken

Dit is meestal de eerste echografie van de zwangerschap. Tijdens deze echografie wordt nagegaan of het vruchtje in de baarmoeder zit, of het hartje klopt en of er eventueel een meerlingzwangerschap is. Het vruchtje wordt ook gemeten zodat de exacte zwangerschapsduur bepaald kan worden. Als u het wenst, kan ook de nekplooidikte gemeten worden. Aan de hand van de nekplooidikte en een bloedafname kan het risico op een foetus met het downsyndroom bepaald worden (eerstetrimesterscreening).

Echografie tussen 18-22 weken

Dit is de meest uitgebreide echografie van de 3 echografieën die terugbetaald worden tijdens de zwangerschap. Tijdens deze echografie worden de verschillende orgaansystemen van de baby nagekeken. Ook de ligging van de moederkoek en de hoeveelheid vruchtwater worden hierbij gecontroleerd.

Echografie tussen 30-32 weken

Tijdens deze echografie wordt de baby gemeten en wordt nagegaan of de baby goed groeit. Daarnaast wordt ook de ligging van de baby bepaald (hoofdligging, dwarsligging of stuitligging).

Wat gebeurt er als een afwijking vastgesteld wordt?

opsommingsteken

Als door een echografisch onderzoek een afwijking bij het ongeboren kind geconstateerd wordt, wordt dit eerst met u besproken.

opsommingsteken

Uw gynaecoloog zal met u bespreken of eventueel verder onderzoek zinvol is. Bijvoorbeeld een vruchtwaterpunctie, een onderzoek van placentaweefsel (vlokkentest) of een onderzoek van het bloed van de baby door middel van een navelstrengpunctie. Er kan bovendien afgesproken worden om het onderzoek na 1 of 2 weken te herhalen.

opsommingsteken

Als duidelijk is welke afwijking bij de baby geconstateerd is, vindt een uitgebreid gesprek plaats tussen de ouders en de gynaecoloog. Indien zinvol zullen artsen van een andere specialiteit geraadpleegd worden.

opsommingsteken

Vanaf een zwangerschapsduur van 24 weken wordt met de ouders en specialisten de aanpak uitgestippeld waarbij moeder en kind centraal staan. Zo kan de geboorte bijvoorbeeld plaatsvinden in een centrum met speciale opvangmogelijkheden voor kinderen. Andere mogelijkheden zijn het opwekken van een vroeggeboorte of een geboorte met behulp van een keizersnede.

Bloedafnames

Bloedafname in het begin van de zwangerschap

opsommingsteken

Als uw bloedgroep niet bekend is of als u geen bloedgroepkaart hebt, zullen uw bloedgroep en rhesusfactor nagegaan worden.

opsommingsteken

Er wordt nagekeken of u antistoffen hebt tegen toxoplasmose of rubella. Als u geen antistoffen hebt, moet u bepaalde voorzorgen nemen zoals beschreven in de hygiëne- en leeftips.

Eerstetrimesterscreening

Deze bloedafname gebeurt in combinatie met een echografisch onderzoek tussen 11 en 14 weken. Tijdens de echografie wordt de nekplooidikte gemeten. Aan de hand van deze 2 parameters wordt het risico op het downsyndroom bepaald. Het risico wordt als verhoogd beschouwd als dit hoger is dan 1 kans op 250. Bij een verhoogde kans kan een vruchtwaterpunctie of een vlokkentest gebeuren. Deze tests zullen u zekerheid geven over de diagnose van het downsyndroom.
Vooraleer u beslist deze tests te doen, moet u nadenken over wat u zou doen als u zwanger zou zijn van een baby met het downsyndroom. Als dit voor u geen reden is om tot een zwangerschapsafbreking over te gaan, dan is het volgens ons niet zinvol deze tests uit te voeren.

Suikertest

Tussen 24 en 28 weken doen we een suikertest. Deze test bestaat uit het drinken van 50 g suikerwater waarna 1 uur later bloed afgenomen wordt. Als de waarde te hoog is, zullen we u vragen een uitgebreide test te doen om na te gaan of u zwangerschapssuikerziekte hebt.

Cardiotocografie

Tijdens een cardiotocografie of CTG-onderzoek wordt de hartslag van de baby geregistreerd. Aan de hand van het patroon van deze hartslag wordt informatie over het welzijn van de baby ingewonnen. Dit onderzoek wordt uitgevoerd als u de baby minder goed voelt bewegen, als de baby niet goed groeit of op het einde van de zwangerschap (alarmsymptomen).