moeder-kindzorg
kraamafdeling
 
Contact: materniteit
 
Locatie: verdieping 3 (volg route  A  306 tot 330)
 
Tel.: 050 36 93 50
 
Fax: --
 

E-mail: --

 
Bereikbaarheid ziekenhuis
 


Zorg voor de pasgeborene > Borstvoeding

Op onze afdeling streven we naar het realiseren van 10 vuistregels om te zorgen voor een succesvolle borstvoeding.

Deze vuistregels vormen het basisbeleid welke voorgesteld wordt door de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO).
Om dit beleid deskundig te ondersteunen in het ziekenhuis werkt op de afdeling een vroedvrouw die beschikt over een internationaal certificaat als erkende lactatiekundige.

Hierbij zorgen we dat:

  1. We een beleid inzake borstvoeding op papier hebben. Dit beleid wordt altijd bekendgemaakt aan alle betrokken medewerkers.

  2. Alle betrokken medewerkers de vaardigheden aanleren die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van dat beleid.

  3. Alle zwangere vrouwen voorgelicht worden over de voordelen en de praktijk van borstvoeding geven.

  4. Moeders binnen een uur na de geboorte van hun baby geholpen worden met borstvoeding geven.

  5. Aan de moeders uitgelegd wordt hoe ze hun baby moeten aanleggen en hoe ze de melkproductie in stand kunnen houden, zelfs als de moeder van de baby gescheiden moet worden.

  6. Pasgeborenen geen andere voeding dan borstvoeding krijgen en geen extra vocht, tenzij op medische indicatie.

  7. Moeder en baby dag en nacht bij elkaar op een kamer mogen blijven ('rooming-in').

  8. Borstvoeding op verzoek nagestreefd wordt.

  9. Geen enkele pasgeborene die borstvoeding gegeven wordt een fopspeen krijgt.

  10. Vrouwen bij het einde van het verblijf op de afdeling materniteit op de hoogte zijn van de organisaties die hulp kunnen bieden bij problemen met borstvoeding.

Alle activiteiten op de afdeling met betrekking tot borstvoeding kaderen we dan ook binnen de 10 vuistregels.

We hebben een beleid inzake borstvoeding op papier. Dit beleid wordt altijd bekendgemaakt aan alle medewerkers. Ze leren de vaardigheden aan die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van dat beleid (vuistregel 1 – 2)

opsommingsteken

Het beleid wordt continu bijgestuurd aan de hand van bijscholing. Hiervoor beschikt het ziekenhuis over een lactatiedeskundige.

opsommingsteken

Nieuwe personeelsleden krijgen vorming over het borstvoedingsbeleid. Ze kunnen ook steeds terecht bij ervaren collega’s.

opsommingsteken

Omdat de vroedvrouwen op meerdere afdelingen werken (verloskamer, materniteit en neonatologie), kan een belangrijke continuďteit gegarandeerd worden in het borstvoedingsbeleid tussen de onderlinge afdelingen.

Alle zwangere vrouwen worden voorgelicht over de voordelen en de praktijk van borstvoeding geven (vuistregel 3)

Tijdens de zwangerschap wordt reeds gepeild naar de voedingskeuze voor de baby.
Door de gynaecologen wordt u op de hoogte gebracht van de verschillende mogelijkheden om deskundige voorlichting te krijgen over de voeding (Trefpunt voor Geboorte-info).
Wie de sessie over borstvoeding volgt, krijgt een uitgebreide brochure met concrete tips en richtlijnen over borstvoeding.

Moeders worden binnen een uur na de geboorte van hun baby geholpen met borstvoeding geven (vuistregel 4)

opsommingsteken

Het eerste aanleggen is een prioriteit. Het welslagen van de borstvoeding zal mede hierdoor bepaald worden. Daarom besteden we hieraan zeer veel aandacht.

opsommingsteken

Ook als de baby na een keizersnede geboren wordt, wordt alles in het werk gesteld om de baby zo snel mogelijk aan te leggen. We brengen hiervoor de baby naar de mama in de ontwaakruimte van het operatiekwartier. Met efficiënte pijnstilling en wat hulp zal de eerste voeding ook hier vlot verlopen.

opsommingsteken

Als de baby opgenomen wordt op neonatologie wordt ook hier, als de toestand van de baby dit toelaat, gepoogd de eerste borstvoeding zo snel mogelijk te starten. Anders wordt zo snel mogelijk gestart met het afkolven van de moedermelk. Op neonatologie wordt aldus ook alles in het werk gesteld om de borstvoeding zo vlot mogelijk te doen slagen.

Aan de moeders wordt uitgelegd hoe ze hun baby moeten aanleggen en hoe ze de melkproductie in stand kunnen houden, zelfs als de moeder van de baby gescheiden moet worden (vuistregel 5)

opsommingsteken

Op de infosessies wordt uitgelegd:
opsommingsteken

Hoe borstvoeding werkt.

opsommingsteken

Welke de voor- en nadelen van borstvoeding zijn.

opsommingsteken

Het belang van het eerste aanleggen, de frequentie en de duur van het voeden.

opsommingsteken

De verschillende borstvoedingshoudingen.

opsommingsteken

De meest voorkomende problemen en hun oplossingen.

opsommingsteken

De werkwijze op de afdeling.

opsommingsteken

Nuttige tips over bezoekregeling, nachtvoedingen, eenmaal weer thuis …

Tijdens de sessies wordt gebruik gemaakt van een videovoorstelling. Door de kleine groepen is er ruim de tijd om vragen te stellen.

opsommingsteken

Er is de borstvoedingsbrochure van de afdeling, waarin alle info staat om te starten met borstvoeding. De brochure wordt uitgedeeld op de infosessies.

opsommingsteken

Deskundig beleid aan bed.
Het beleid op de afdeling is gebaseerd op de wereldwijd verspreide richtlijnen van UNICEF, de WHO en de borstvoedingsverenigingen. Hierbij passen we een minimum aan technische hulpmiddelen toe om de borstvoeding vlot te laten verlopen.
Er wordt uitleg gegeven over het belang van:
opsommingsteken

1 keer per dag wegen op een vast tijdstip zodat de gewichtsevolutie bij de baby opgevolgd kan worden.

opsommingsteken

Een minimum aantal borstvoedingsmomenten per 24 uur om na een drietal dagen voldoende productie te verzekeren.

opsommingsteken

Het nazien van de natte luiers en het aantal tellen.

opsommingsteken

Het nazien van de stoelgangluiers en het uitzicht van de stoelgang.

opsommingsteken

Het onderscheid te zien tussen zuigen en slikken.

opsommingsteken

Hoe een melkstroom zelf opgewekt kan worden.

opsommingsteken

Hoe melkgevulde borsten en gestuwde borsten aanvoelen.

opsommingsteken

Hoe omgaan met gevoelige tepels.

opsommingsteken

De manieren om de baby aan te leggen.

opsommingsteken

(H)erkennen van signalen van de baby die aangeeft te willen drinken.

opsommingsteken

De baby wordt gescheiden van de moeder.
opsommingsteken

Op neonatologie is een aparte ruimte om rustig borstvoeding te kunnen geven.

opsommingsteken

Er is de nieuwste apparatuur om op een gebruiksvriendelijke manier te kunnen afkolven.

Pasgeborenen krijgen geen andere voeding dan borstvoeding en geen extra vocht, tenzij op medische indicatie (vuistregel 6)

Enkel op medisch voorschrift en in bijzondere omstandigheden wordt er beslist bij te voeden.
Als borstvoeding degelijk begeleid wordt, is een gezonde pasgeborene in staat zonder bijvoeding binnen 3 tot 4 dagen voldoende melkproductie op gang te krijgen, zodat hij binnen 2 tot 3 weken weer op zijn geboortegewicht is.

Moeder en baby mogen dag en nacht bij elkaar op een kamer blijven ('rooming-in') (vuistregel 7)

Hierbij wordt ervoor gezorgd dat moeder en baby zowel overdag als 's nachts zo veel mogelijk bij elkaar blijven. Dit heeft volgende voordelen:

opsommingsteken

Heeft de baby honger, dan wordt de baby gevoed wanneer hij erom vraagt. Vooral 's nachts wordt u samen met uw baby langzaam wakker, wat de toeschietreflex bevordert.

opsommingsteken

Als moeder leert u uw baby beter kennen, zowel overdag als 's nachts, en weet u welke gewoonten uw baby heeft. Zo kunt u samen met de verpleegkundige zoeken naar oplossingen bij ongemakken (bv. niet willen inslapen of krampen) en komt u thuis niet onverwacht voor verrassingen te staan.

Borstvoeding op verzoek wordt nagestreefd (vuistregel 8)

De baby bepaalt in principe zijn eigen ritme. Een aantal gerichte observaties stellen het team in staat te oordelen of al dan niet bijgestuurd moet worden, zodat het beoogde doel bereikt kan worden nl. voldoende melkproductie op dag 3 of 4.
Een babyfiche met voedingstips helpt ons hierbij, onder andere als instrument en communicatiemiddel tussen ouders en team.

Geen enkele pasgeborene die borstvoeding gegeven wordt, krijgt een fopspeen (vuistregel 9)

Momenteel zijn we deze vuistregel nog niet direct aan het realiseren. Onze visie op deze vuistregel is de volgende:

opsommingsteken

Een goed zuigende baby zal normaal geen probleem stellen.

opsommingsteken

Een fopspeen wordt enkel aangeboden na de borstvoeding om aan de eventuele zuigbehoefte van de baby te voldoen en dus niet om een borstvoedingsmoment uit te stellen.

opsommingsteken

Een baby die niet goed zuigt, krijgt in principe geen fopspeen.

Vrouwen zijn bij het einde van het verblijf op de afdeling materniteit op de hoogte van de organisaties die hulp kunnen bieden bij problemen met borstvoeding (vuistregel 10)

Deskundige hulp stopt niet na het verblijf in het ziekenhuis. We zijn ons ervan bewust dat de huidige verblijfsduur bij een bevalling soms te kort is en dat het geven van borstvoeding een leerproces is dat dikwijls 14 dagen in beslag neemt. Daarom willen we de overgang naar thuis zo vlot mogelijk laten verlopen.
Tijdens het ontslaggesprek op de afdeling materniteit zal de vroedvrouw peilen hoever u staat met de borstvoeding, hoe u zich al voelt en wat u nog van begeleiding nodig hebt. Vrijblijvend wordt u geďnformeerd over de mogelijkheden van de aanvullende eerstelijnszorg: de tiende maand, v.z.w. Borstvoeding, Kind & Gezin, thuiszorgwinkels, kraamhulp …