|
|
moeder-kindzorg |
| kraamafdeling | |
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
Het beleid wordt continu bijgestuurd aan de hand van bijscholing. Hiervoor beschikt het ziekenhuis over een lactatiedeskundige. |
|
|
Nieuwe personeelsleden krijgen vorming over het borstvoedingsbeleid. Ze kunnen ook steeds terecht bij ervaren collega’s. |
|
|
Omdat de vroedvrouwen op meerdere afdelingen werken (verloskamer, materniteit en neonatologie), kan een belangrijke continuďteit gegarandeerd worden in het borstvoedingsbeleid tussen de onderlinge afdelingen. |
Tijdens de zwangerschap wordt reeds gepeild naar de
voedingskeuze voor de baby.
Door de gynaecologen wordt u op de hoogte gebracht van de verschillende
mogelijkheden om deskundige voorlichting te krijgen over de voeding (Trefpunt
voor Geboorte-info).
Wie de sessie over borstvoeding volgt, krijgt een uitgebreide brochure
met concrete tips en richtlijnen over borstvoeding.
|
|
Het eerste aanleggen is een prioriteit. Het welslagen van de borstvoeding zal mede hierdoor bepaald worden. Daarom besteden we hieraan zeer veel aandacht. |
|
|
Ook als de baby na een keizersnede geboren wordt, wordt alles in het werk gesteld om de baby zo snel mogelijk aan te leggen. We brengen hiervoor de baby naar de mama in de ontwaakruimte van het operatiekwartier. Met efficiënte pijnstilling en wat hulp zal de eerste voeding ook hier vlot verlopen. |
|
|
Als de baby opgenomen wordt op neonatologie wordt ook hier, als de toestand van de baby dit toelaat, gepoogd de eerste borstvoeding zo snel mogelijk te starten. Anders wordt zo snel mogelijk gestart met het afkolven van de moedermelk. Op neonatologie wordt aldus ook alles in het werk gesteld om de borstvoeding zo vlot mogelijk te doen slagen. |
|
|
Op de infosessies wordt uitgelegd:
Tijdens de sessies wordt gebruik gemaakt van een videovoorstelling. Door de kleine groepen is er ruim de tijd om vragen te stellen. |
||||||||||||||||||||
|
|
Er is de borstvoedingsbrochure van de afdeling, waarin alle info staat om te starten met borstvoeding. De brochure wordt uitgedeeld op de infosessies. |
||||||||||||||||||||
|
|
Deskundig beleid aan bed.
|
||||||||||||||||||||
|
|
De baby wordt gescheiden van de moeder.
|
Enkel op medisch voorschrift en in bijzondere
omstandigheden wordt er beslist bij te voeden.
Als borstvoeding degelijk begeleid wordt, is een gezonde pasgeborene
in staat zonder bijvoeding binnen 3 tot 4 dagen voldoende melkproductie
op gang te krijgen, zodat hij binnen 2 tot 3 weken weer op zijn
geboortegewicht is.
Hierbij wordt ervoor gezorgd dat moeder en baby zowel overdag als 's nachts zo veel mogelijk bij elkaar blijven. Dit heeft volgende voordelen:
|
|
Heeft de baby honger, dan wordt de baby gevoed wanneer hij erom vraagt. Vooral 's nachts wordt u samen met uw baby langzaam wakker, wat de toeschietreflex bevordert. |
|
|
Als moeder leert u uw baby beter kennen, zowel overdag als 's nachts, en weet u welke gewoonten uw baby heeft. Zo kunt u samen met de verpleegkundige zoeken naar oplossingen bij ongemakken (bv. niet willen inslapen of krampen) en komt u thuis niet onverwacht voor verrassingen te staan. |
De baby bepaalt in principe zijn eigen ritme. Een aantal
gerichte observaties stellen het team in staat te oordelen of al dan
niet bijgestuurd moet worden, zodat het beoogde doel bereikt kan worden nl. voldoende melkproductie op dag 3 of 4.
Een babyfiche met voedingstips helpt ons hierbij, onder andere als instrument en
communicatiemiddel tussen ouders en team.
Momenteel zijn we deze vuistregel nog niet direct aan het realiseren. Onze visie op deze vuistregel is de volgende:
|
|
Een goed zuigende baby zal normaal geen probleem stellen. |
|
|
Een fopspeen wordt enkel aangeboden na de borstvoeding om aan de eventuele zuigbehoefte van de baby te voldoen en dus niet om een borstvoedingsmoment uit te stellen. |
|
|
Een baby die niet goed zuigt, krijgt in principe geen fopspeen. |
Deskundige hulp stopt niet na het verblijf in het
ziekenhuis. We zijn ons ervan bewust dat de huidige verblijfsduur bij
een bevalling soms te kort is en dat het geven van borstvoeding een
leerproces is dat dikwijls 14 dagen in beslag neemt. Daarom willen we de
overgang naar thuis zo vlot mogelijk laten verlopen.
Tijdens het ontslaggesprek op de afdeling materniteit zal de vroedvrouw peilen
hoever u staat met de borstvoeding, hoe u zich al voelt en wat u nog
van begeleiding nodig hebt. Vrijblijvend wordt u geďnformeerd over de
mogelijkheden van de aanvullende eerstelijnszorg: de tiende maand, v.z.w.
Borstvoeding, Kind & Gezin, thuiszorgwinkels, kraamhulp …
© 2012 AZ Sint-Lucas Brugge