moeder-kindzorg
arbeid en bevalling
 
Contact: verloskwartier
 
Tel.: 050 36 93 50
 
Fax: --
 

E-mail: --

 
Bereikbaarheid
 


De bevalling

Als uw baarmoederhals volledig ontsloten is, zal de vroedvrouw of de gynaecoloog oordelen of u mag meepersen. Als de baby voldoende ingedaald is en u klaar bent om te bevallen, wordt u overgebracht naar de bevallingskamer.
Tijdens de bevalling wordt u begeleid door 2 vroedvrouwen en de gynaecoloog. Als er problemen bij de bevalling verwacht worden, wordt de kinderarts gevraagd om aanwezig te zijn.

Er wordt enkel een episiotomie of 'knip' gemaakt als het nodig blijkt. Het foetaal welzijn van de baby wordt opgevolgd door een cardiotocograaf. Als de harttonen van de baby erop wijzen dat de baby het moeilijk heeft, kan de gynaecoloog oordelen dat de bevalling moet worden versneld. De bevalling kan worden versneld door gebruik te maken van een zuignap (ook ventouse genoemd) of een verlostang (ook forceps genoemd).
Bij een ventouse wordt een cup op het hoofdje van de baby geplaatst zodat via een zachte tractie de baby sneller geboren kan worden. De gynaecoloog en de vroedvrouw zullen u hierbij begeleiden en informeren.

Tijdens de arbeid of tijdens de bevalling kan ook worden beslist een keizersnede uit te voeren. Dit gebeurt meestal onder epidurale verdoving zodat uw partner bij u kan blijven tijdens de keizersnede.

Meteen na de geboorte van de baby worden de neus- en mondholte vrijgemaakt van slijmpjes en wordt de baby op uw buik gelegd. De baby krijgt een warme doek om zich heen en indien gewenst mag de partner de navelstreng doorknippen.